Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 160
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
148 R. VAN WOUDENBERG
Natuurkundig onderzoek is onbestaanbaar zonder empirische toetsing.
Bij die toetsing maken we o.a. gebruik van zintuiglijke perceptie. Dat de
zintuigen ons niet bedriegen, is een vooronderstelling van het weten-
schappelijk onderzoek, niet het resultaat ervan. Nu zou men nog kunnen
menen dat op een of andere manier kan worden aangetoond dat zintuig-
lijke perceptie betrouwbaar is. Dit is echter niet het geval, zoals William
Alston overtuigend heeft betoogd (1993). Stel bijv. dat ik zou willen
aantonen dat mijn eigen zintuiglijke perceptie betrouwbaar is. Iemand
houdt bepaalde objecten voor me en ik zeg wat die objecten zijn. Als ik
het verkeerd zeg, dan is mijn zintuiglijke perceptie niet (geheel) be-
trouwbaar, als ik geen fouten maak, dan wel. Deze procedure kan echter
onmogelijk aantonen dat mijn zintuiglijke perceptie betrouwbaar is.
Want ik moet ten minste kunnen horen van degene die de objecten aan
mij voorhoudt, dat ik de objecten al dan niet adequaat heb geïdenti-
ficeerd; en ik moet daarom aannemen dat mijn zintuiglijke perceptie op
dat punt althans betrouwbaar is. Bovendien: bij het omschreven procédé
wordt ervan uitgegaan dat de zintuiglijke vermogens van degene die de
test afneemt, betrouwbaar zijn. Wanneer het erom gaat de betrouwbaar-
heid van slechts mijn perceptuele vermogens aan te tonen is dat op
zichzelf geen probleem. Maar wanneer het gaat om het veel ambitieuzere
project om aan te tonen dat zintuigelijke perceptie tout court betrouwbaar
is, dus niet slechts mijn visuele vermogens maar die van ieder mens, dan
is deze procedure onbruikbaar, want circulair. Het is, anders gezegd,
onmogelijk om de betrouwbaarheid van zintuiglijke perceptie op niet-
circulaire wijze aan te tonen. En iets dergelijks geldt voor bijv. het geheu-
gen of de rede. Men kan niet aantonen dat het geheugen resp. de rede
betrouwbaar zijn, zonder in de argumentatie reeds te veronderstellen dat
het geheugen resp. de rede betrouwbaar zijn. Toch wordt in de weten-
schap voortdurend een beroep gedaan op zintuiglijke perceptie, of het
geheugen, of de rede. Dat deze vermogens (binnen bepaalde condities
althans) betrouwbaar zijn, is een vooronderstelling van de wetenschap.
Zij kan de waarheid van die vooronderstellingen niet zelf aantonen.
(iii) De natuurwetenschappelijke methode rust eveneens op een aantal
zeer algemene vooronderstellingen en deze zijn (het woord zegt het al)
niet resultaat maar onderstelling van de natuurwetenschappelijk onderzoek.
Een zo'n onderstelling is dat de natuur uniform is, d.w.z. dat processen
en patronen in de natuur die we op kleine schaal waarnemen, zich ook
op grote schaal zullen manifesteren. Dat dit specifieke stuk ijzer bij
verhitting uitzet, zegt volgens ons ook iets over alle mogelijke instanties
van verhitting van ijzer. Wanneer we de (al was het maar hypothe-
tische) waarheid van dit principe van de 'uniformity of nature' niet zou-
den aannemen, dan zou de toepassing van de natuurwetenschappelijke
methode op slag zinloos worden. Ons zou dan, om maar iets te noemen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's