Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 154
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
142 R. VAN WOUDENBERG
heidskennis te hebben van lichtfenomenen? De theorie zelf echter is een
(complexe) propositie. En in deze zin kan men zeggen dat wetenschap-
pelijke kennis begrensd is: zij streeft naar (en geeft ons hooguit) propositionele
kennis; maar zij is niet in staat ons vertrouwdheidskennis te geven. Wel is het zo
dat vertrouwdheidskennis aan de wetenschap vooraf gaat.
Dit gegeven is door sommige filosofen terecht gebruikt als basis voor
een argument tegen het fysicalisme, d.w.z. de stelling dat er slechts
'natuurlijke', d.w.z. fysische, processen en verschijnselen bestaan.
(Jackson 1986) Eenvoudig gezegd komt het argument hier op neer: stel
iemand heeft volledige propositionele kennis, van alle fysische ver-
schijnselen en processen in de kosmos. Deze persoon weet (volgens het
fysicalisme althans) alles wat er te weten valt over alle dingen. Deze
persoon weet alles, d.w.z. kent alle waarheden, dus ook a".e waarheden
over bijv. water. Stel nu vervolgens dat deze persoon in kwestie nog nooit
een slok water heeft gedronken. Zou hij dan, op basis van zijn volledige
propositionele kennis van water ook weten hoe water smaakt} Nee. Dat
kan slechts geweten worden door het water zelf te proeven. Derhalve
weet deze persoon niet alles. En derhalve is het fysicalisme niet waar. De
wetenschap vindt dus een grens hierin, dat de kennis die zij levert (als
zij die levert) propositioned van aard is en vertrouwdheidskennis nooit
kan vervangen of overbodig maken.
(3) Wat WO) dt aangeduid als de wetenschap, is in feite een veelheid van
wetenschapyjew. Er is naast fysica ook biologie, naast psychologie ook
sociologie, naast geschiedwetenschap ook linguïstiek, ethiek, esthetica
en theologie. Een vraag is nu hoe al deze wetenschappen zich onderling
verhouden. De neopositivisten ontwikkelden h u n program van een
'Einheitswissenschaft'. Zij waren van oordeel dat alle wetenschappen
uiteindelijk herleidbaar zijn tot de fysica. Onder filosofen aan de VU is
over het algemeen deze visie bestreden. H. Dooyeweerd en D. H. Th.
Vollenhoven bijv. hebben betoogd dat de diverse vakwetenschappen
onderling verschillen omdat zij heel verschillende 'aspecten' of eigen-
schappen van de verschijnselen onderzoeken (zie Woudenberg 1992, 70-
74; 114). De fysica bijv. onderzoekt het fysische aspect van de werkelijk-
heid, of de fysische eigenschappen van de dingen (en, zo betoogden zij,
er is geen reden om aan te nemen dat de dingen slechts fysische
eigenschappen hebben); de biologie daarentegen bestudeert het biotisch
aspect van de werkelijkheid (of de biotische eigenschappen van de
dingen; en er is, zo betoogden zij, geen reden om aan te nemen dat de
dingen slechts biotische eigenschappen hebben); etc. ledere vakweten-
schap, zo hebben de genoemde VU-filosofen betoogd, is betrokken op een
eigen werkelijkheidsaspect, op een eigen soort van eigenschappen. In
deze zin kan men zeggen dat de wetenschappen grenzen hebben: tussen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's