Medische psychologie - pagina 132
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
130 Triemstra
veranderingen in de tijd. Eind jaren '70 was er bijvoorbeeld een groeiende
belangstelling voor thuisbehandeling en de vragenlijst van 1978 haakte hierop in met
vragen over deze opkomende behandelingsmethode. Toen in het begin van de jaren
'80 de eerste gevolgen van HlV-infecties en aids bij mensen met hemofilie en hun
directe omgeving werden geconstateerd, kreeg dit onderwerp extra aandacht in de
vragenlijst van 1985. Over het algemeen werd in het vragenlijstonderzoek aandacht
besteed aan zowel medische als maatschappelijke of psychosociale aspecten in
verband met hemofilie.
Naast vragenlijstonderzoek werd ook onderzoek naar de sterfte onder mensen met
hemofilie gedaan." In 1985 en 1992 werden hiertoe retrospectief gegevens
verzameld. Tevens werd in 1993 voor het eerst een vragenlijst-onderzoek onder
partners gedaan om hun beeld van hemofilie en de invloed van hemofilie op hun leven
vast te stellen.'^
Met de jaren nam de deelname aan de vragenlijstonderzoekingen toe. Steeds meer
mensen met hemofilie konden worden benaderd via de patiëntenvereniging (NVHP) of
hun specialist. In 1972 bedroeg het aantal respondenten 540, en in 1992 - toen zeker
dubbel zoveel patiënten voor het onderzoek konden worden aangeschreven - was dit
980. Het responspercentage bedroeg gemiddeld 78%, variërend van 70% (in 1978) tot
84% (in 1972). De onderzoeksgroepen in 1985 en 1992 bestonden beide uit naar
schatting driekwart van de totale hemofiliepopulatie in Nederland. Dientengevolge kon
daadwerkelijk een landelijk beeld worden verkregen van de situatie van mensen met
hemofilie.
Hemofilie en de medische behandeling
Hemofilie wordt veroorzaakt door een erfelijk bepaald tekort aan stollingsfactoren in
het bloed. Hierdoor is er een verhoogde kans op het optreden van bloedingen in met
name spieren en gewrichten. De aandoening is geslachtsgebonden; de
verantwoordelijke genen liggen op het X-chromosoom. De prevalentie van hemofilie is
ongeveer 18 tot 20 per 100.000 mannen. Mannen met hemofilie kunnen de erfelijke
eigenschap overdragen op een dochter die dan 'draagster' is. In de regel ondervinden
vrouwen nauwelijks of geen klachten ten gevolge van hemofilie. Draagsters kunnen
het gen doorgeven aan een dochter (wederom een draagster) of een zoon bij wie zich
dan hemofilie manifesteert.
In ongeveer 85% van de gevallen is er sprake van hemofilie A, een tekort aan
stollingsfactor VIII. In de overige gevallen komt hemofilie B voor, een tekort aan factor
IX. Doordat het lichaam te weinig of in het geheel geen stollingsfactoren maakt,
houden bloedingen gemiddeld langer aan. De schade die bloedingen in weefsels of
gewrichten aanrichten is afhankelijk van de ernst van de bloeding (omvang en duur)
en de hoeveelheid stollingsfactor die op dat moment in het bloed aanwezig is.
Ongeveer 40% van de mensen met hemofilie heeft een ernstige vorm, waarbij vrijwel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's