Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 158
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
146 R. VAN WOUDENBERG
iets zeggen kunnen over het 'wezen' van materie, massa, lading, enz.
(...). We ervaren ... aan de dingen eigenschappen, die we aanduiden met
begrippen, als ruimte, tijd, materie en kunnen de relaties daarvan pro-
beren te vinden. Over het wezen ervan hebben we geen kennis, behalve
deze dat het geschapen is en dat het zo geschapen is dat wij er datgene
wat we aanduiden met het woord kennis van kunnen verkrijgen" (1956,
36-37). Er is dus een grens voor de wetenschap: de reële essenties van
sommige dingen.**
(ii) In de wetenschap worden soms verklaringen voorgelegd van
fenomenen. Een kenmerk van sommige verklaringen is dat daarin een
beroep wordt gedaan op algemene wetten. Dat warme lucht omhoog
stijgt, kan worden verklaard onder verwijzing naar de algemene gaswet
van Boyle-Gay Lussac. Dat sommige mensen in God geloven wordt door
Freud verklaard vanuit de algemene wet van de projectie. Dat de boom in
mijn tuin een bepaalde schaduw geeft, kan worden verklaard vanuit
onder andere de wetten van het licht. Algemeen gezegd: in sommige
wetenschappelijke verklaringen wordt een beroep gedaan op de ordelijk-
heid of wetmatigheid van de werkelijkheid. Maar wat doen we nu
precies wanneer we een beroep doen op vermeende algemene wetmatig-
heden? Wel, we zeggen: dit fenomeen kan gesubsumeerd worden onder
een veel grotere groep van fenomenen; dit fenomeen is geen uitzon-
dering maar past in een bepaald wetmatig patroon. Door het fenomeen
aldus te verklaren vergroten we onze kennis, inderdaad. Maar wat niet
verklaard wordt, is het feit dat de algemene wetten gelden. We nemen
waar (of: nemen aan) dat bepaalde algemene wetten gelden maar
waarom deze algemene wetten gelden (en niet andere) daarvan hebben
we geen kennis. Dat precies de wetten gelden die gelden, dat blijft een
onverklaarbaar raadsel. De wetenschap staat hier voor een grens. Hier
geldt het woord dat in de wetenschap het ene mysterie verklaard wordt
door het andere.
(iii) Een speciaal geval van het vorige is dit: men kan pogen te
verklaren waarom een bepaalde stof een bepaalde smaak heeft, d.w.z.
waarom wij die stof op een bepaalde manier proeven. Ongetwijfeld zal
een verklaring van dit fenomeen een beroep doen op onze smaakpapillen
en de wijze waarop de smaakpapillen door de betreffende stof worden
'aangedaan', alsmede op de wijze waarop de smaakpapillen bepaalde
impulsen doorgeven naar de hersenen. Ik eet een appel en een heel
leger van onderzoekers staat gereed om te verklaren hoe het proeven van
de appel zijn beslag krijgt. Wat echter niet verklaard kan worden is
waarom deze specifieke stimulus (het eten van een appel) deze specifieke
en onvoorstelbaar moeilijk beschrijfbare smaaksensaties bij mij te weeg
brengt. De wetenschap kan wel iets zeggen over de neurologische
transmissie van impulsen. Maar waarom deze specifieke impulsen deze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's