Medische psychologie - pagina 223
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
psychosociale begeleiding bij kinderen met kanker 221
van een balans tussen voldoende aandacht voor en ondersteuning van de patiënt
enerzijds en de andere kinderen anderzijds. Het bespreken van onze bevindingen bij
de individuele (spel-) begeleidingen van het kind, voor zover aan de orde, kan hierbij
een belangrijke rol spelen.
Voor de patiënt zijn de tegenwoordig toegepaste behandelingsmethoden over het
algemeen zwaar en ingrijpend. Opnamen, onderzoeken. Ingrepen, behandelingen en
eventuele consequenties daarvan - bijvoorbeeld Isolerende maatregelen waardoor in
het ziekenhuis en thuis sprake is van verminderd contact met leeftijdsgenoten en
frequent schoolverzuim; bijwerkingen als misselijkheid en haaruitval; verlies of
toename van gewicht - zijn voor het kind beangstigend en veroorzaken een gevoel
van onveiligheid. Een complicerende factor bij de behandelingen is vaak dat de
kinderen zich juist ten gevolge van de behandelingen ziek voelen; dat Is speciaal een
probleem bij jonge kinderen aan wie dit niet kan worden uitgelegd. De ziekte en de
behandeling interfereren voorts met de normale psychische ontwikkeling: de
ontwikkeling van autonomie en zelfvertrouwen wordt bedreigd door toegenomen
afhankelijkheid en restricties en het zelfbeeld wordt aangetast door onzekerheid over
het functioneren van het eigen lichaam, bijwerkingen en mutilaties. In het algemeen
kan daarom worden gesteld dat het essentieel is dat het leven van alledag, zowel
tijdens opnamen als in de poliklinische fasen, zo min mogelijk wordt aangetast en dat
de normale ontwikkeling zoveel mogelijk wordt gestimuleerd. Zeer belangrijk In dit
verband is de rol van de leerkrachten (van de ziekenhuisschool en de eigen school)
en van de pedagogisch werkers op de ziekenhuisafdelingen.
De individuele (spel-)begeleldingen vinden. Indien de conditie van het kind het toelaat,
plaats In een speelkamer van de afdeling medische psychologie. Indien nodig kunnen
kinderen met infuuspalen, medicijnpompen of liggend In bed naar deze speelkamer
toe. Belangrijk is dat het kind de speelkamer als een veilige plaats ervaart. Dit wordt
bevorderd door de lokatle: de ruimte is in de nabijheid van, maar niet op de
verpleegeenheld. Daarbij wordt het uiterste gedaan om ervoor te zorgen dat het kind
gedurende de sessie (van 30 minuten) ongestoord kan spelen (of praten) en dat In
die periode geen andere behandelaars dan de (spel-)therapeut In de speelkamer
komen. Van belang Is ook de continuïteit: vastheid betreffende de persoon van de
therapeut, de tijd waarop en de plaats waar deze sessies plaatsvinden, bieden een
compensatie voor de vele personele wisselingen en ongeplande interventies die
onlosmakelijk aan het verblijf op de afdeling en de behandelingen verbonden zijn. Het
actief volgen van en aansluiten bij het kind, en het principe dat het kind vrij wordt
gelaten en zichzelf mag zijn in de speelkamer tenslotte, betekenen dat de autonomie
van het kind centraal wordt gesteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's