Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Medische psychologie - pagina 60

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Medische psychologie - pagina 60

10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.

1 minuut leestijd

58 Mollema

De meeste patiënten die te tioren l<rijgen dat zij zichzelf insuline zullen moeten

injecteren schrikken hier in eerste instantie van. Omdat het bij type 1 patiënten van

levensbelang is dat men zonder uitstel insuline krijgt toegediend, moet men vrij abrupt

en snel leren zichzelf te injecteren. Bij type 2 patiënten loopt het therapietraject

anders, omdat men meestal eerst de behandelfasen van dieet en gebruik van

bloedglucoseverlagende tabletten doorloopt. Vaak ziet men er dan tegenop om met

insuline te beginnen. Het kan zijn dat de insulinetherapie wordt uitgesteld vanwege

deze zogenaamde anticipatie-angst.

Spuit- en prikangst bij mensen met diabetes

In de praktijk blijkt dat het merendeel van de patiënten er binnen redelijk korte tijd aan

gewend raakt om zichzelf te prikken (de bloedglucose te controleren) en te spuiten. Zo

nu en dan komt het echter voor dat men angstig blijft voor het spuiten of het prikken.

Naast de psychische belasting die een dergelijke angst met zich meebrengt, kan het

ook negatieve consequenties hebben voor de gezondheid van de patiënt. Wellicht is

de glycemische controle van spuit-/ prikangstige mensen slechter omdat zij minder

controleren en/of spuiten dan zij zouden moeten.^'^ Uit onderzoek blijkt dat een

slechtere glycemische controle de kans vergroot op latere complicaties.^

Patiënt A.

Een man, 54 jaar oud, gescheiden en sinds 14 jaar type 2 diabetespatiënt, wordt

verwezen naar de medisch psycholoog vanwege ernstige acceptatieproblemen en

spuitangst. Sinds 2/4: jaar gebruikt hij 1 maal daags insuline. Het insuline injecteren

heeft hij tot een vast ritueel gemaakt, waar hij niet van af kan wijken. Elke dag móet er

op een bepaalde tijd gespoten worden; hij is elke keer van tevoren erg gespannen. Hij

maakt zich ook zorgen over het krijgen van een hypoglycaemie. Meneer geeft zelf aan

dat de diabetes zijn leven beheerst. Hij is zeer bezorgd omdat zijn broer, die ook

diabetes mellitus had, enige tijd geleden is overleden. Het dwangmatig omgaan met

zijn bloedglucose beperkt hem sterk in zijn doen en laten, en plaatst hem steeds meer

in een sociaal Isolement.

Patiënt B.

Een man van 33 jaar, getrouwd en sinds 7 jaar type 1 diabetespatiënt, wordt

verwezen naar de medisch psycholoog wegens spuitangst. Sinds kort moet hij het

aantal injecties per dag van 2 naar 4 opvoeren, hetgeen hem zeer veel moeite kost.

Meneer vindt prikken van bloedglucose ook vervelend, maar wel minder erg dan

spuiten. Hij is bang dat injecties pijn zullen doen, en vreest vervelende reacties uit de

omgeving, bijvoorbeeld op zijn werk. Hij heeft op vakantie in het buitenland

meegemaakt dat mensen dachten dat hij een "junk" was. Hij vindt het lastig om

mensen uit te leggen wat hem mankeert en waarom hij moet spuiten. Aan de andere

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's

Medische psychologie - pagina 60

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's