Medische psychologie - pagina 68
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
66 Kuiper
als iemand van het andere geslacht'.' Onder genderdysforie wordt verstaan 'een
gevoel van onbehagen, door de persoon zelf toegeschreven aan de incongruentie
tussen enerzijds diens genderidentiteit (=subjectief ervaren geslacht) en anderzijds
diens biologische geslacht (=primaire en secundaire geslachtskenmerken) en
genderrol (=publieke expressie van de genderidentiteit)'. Omdat er bij genderdysforie
sprake is van een genderidentiteit die (geheel of gedeeltelijk) tegengesteld is aan het
eigen biologische geslacht wordt ook wel gesproken van een 'cross-genderidentiteit'.
De geslachtsaanpassende behandeling is er op gericht iemand zoveel als mogelijk
aan te passen aan het andere geslacht op lichamelijk, sociaal en juridisch gebied,
overeenkomstig de ervaren 'cross-genderidentiteit'.'
Waarschijnlijk is transseksualiteit een fenomeen dat zo oud Is als de mensheid zelf.
Het is bekend in zowel westerse als oosterse culturen, zowel bij mannen als bij
vrouwen, maar kwam pas in het recente verleden in de openbaarheid.^"^ Deze late
'coming out' hangt samen met het feit dat pas in 1953 de eerst geslachtsaanpassende
behandeling werd uitgevoerd.^ Het voor transseksuelen kenmerkend verlangen om
volledig te leven als iemand van het andere geslacht kon tot die tijd medisch
(hormonaal en operatief) niet worden vervuld en werd derhalve niet manifest, of niet
kenbaar gemaakt.
De geslachtsaanpassende behandeling is niet meer weg te denken uit de
hulpverlening aan transseksuelen. De afgelopen 45 jaar ontwikkelde deze
behandeling zich van een omstreden en experimentele therapie tot een
geaccepteerde en volwaardige methode om de noden van transseksuelen te lenigen.
Een aantal redenen ligt hieraan ten grondslag. Politieke, medische en morele
opvattingen over de geslachtsaanpassende behandeling veranderden in de loop van
de jaren '60 en '70, mede onder invloed van positieve follow-up uitkomsten. Verder
verbeterden de chirurgische technieken, hetgeen resulteerde in betere esthetische en
functionele resultaten alsmede tot een afname van complicaties. Bovendien bleken
andere behandelingsmethoden, met name psychotherapie, geen uitzicht te bieden op
een duurzame en stabiele oplossing van het genderconflict bij transseksuelen.' Dit
gebrek aan succes wordt toegeschreven aan het feit dat een eenmaal gevormde
genderidentiteit, ook bij transseksuelen, gefixeerd en onveranderbaar is. De cross-
genderidentiteit is dominant over de feitelijkheid van de fysieke status en kan er niet
mee in overeenstemming worden gebracht. Door zich toch te richten op dit doel heeft
psychotherapie in de hulpverlening aan transseksuelen lang een negatief aureool
gehad. De laatste 10 jaar is evenwel meer oog gekomen voor psychotherapie als
aanvulling op de geslachtsaanpassende behandeling. Bovendien lijkt psychotherapie
een alternatief te kunnen bieden aan personen waarbij de genderdysforie minder
extreem is dan bij transseksuelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's