Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 32
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
20 R. FERNHOUT
uiteraard dit bezwaar. De doelstelling gaat in feite nog een stap verder
door slechts te spreken van het evangelie van Jezus Christus met als
enige nadere bepaling de oproep tot dienstbaarheid. Via de verwijzing
naar de grondslag van de Vereniging komen we echter wel weer bij een
soort van 'algemene Schriftformule' terecht, namelijk wanneer de
inhoud van de evangelie van Jezus Christus wordt gerelateerd aan "de
openbaring in de Heilige Schrift". Kuyper zou tegen deze formulering
gefulmineerd hebben, en mijns inziens terecht, omdat zij, bedoeld of
onbedoeld, de mogelijkheid biedt om openbaring en Heilige Schrift
tegen elkaar uit te spelen: het ligt er maar aan hoe men het woordje 'in'
interpreteerf*. De oecumenisering is naar mijn mening op dit punt te ver
doorgeschoten. Er is inderdaad alle reden voor om de universiteit, anders
dan Kuyper wenste, aan de Heilige Schrift te binden, maar de formule-
ring zou dan moeten luiden "de Heilige Schrift als het onfeilbare Woord
van God". Daarmee wordt het interpretatieprobleem ondervangen,
terwijl de formule tevens de klassieke leer aangaande de Heilige Schrift,
zowel van Gereformeerden als van bijvoorbeeld rooms-katholieken en
Lutheranen, verbindt met de Schriftbeschouwing van een groot gedeelte
van de huidige christenheid. Ze is dus oecumenisch genoeg, zij het dat
ze wel een specifieke, 'Schriftgetrouwe', signatuur heeft.
Deze nader bepaalde Schriftformule roept echter een gevaar op ter
'rechterzijde', namelijk dat van de zogeheten biblicistische, maar in feite
sciëntistische misvatting dat de Heilige Schrift gehanteerd zou kunnen
worden als bron van wetenschappelijke informatie. Alleen reeds daarom
lijkt het mij gewenst Kuyper in zoverre te volgen, dat aan deze Schrift-
formule nog een confessioneel element wordt toegevoegd, dat in de kern
duidelijk maakt hoe we ons de relatie tussen Schrift en wetenschap voor-
stellen. Wat dit betreft kunnen we instemmen met de grondslag van de
Vereniging die de drieënige God vermeldt. Deze vermelding plaatst het
gehele wetenschappelijke bedrijf in onderzoek en onderwijs in de ver-
antwoordelijkheid tegenover God de Vader als Schepper, God de Zoon als
Verlosser, God de Heilige Geest als Heiligmaker. Tevens wordt met deze
verwijzing naar het oudkerkelijke dogma de relatie van de wetenschaps-
beoefening tot het geloof van de kerk van alle eeuwen aangegeven.
De verwijzing naar de Drieëenheid zou ik echter willen voorzien van
een reformatorisch accent. En wel om de volgende reden. Als er één
plaats is, waar in de omgang met schepping en schepsel de relatie tot God
steeds weer op het spel heeft gestaan, dan is het de wetenschap van de
laatste eeuwen. Het lijkt wel alsof een of andere duistere macht steeds
weer, nu eens op het ene dan weer op het andere gebied, triomfantelijk
aantoont dat de pretenties van het Woord van God toch écht niet meer te
handhaven zijn. Juist de moderne wetenschap heeft ons geplaatst voor de
ernst van de breuk tussen mens en God. In deze situatie krijgen enerzijds
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's