Medische psychologie - pagina 124
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
122 Van der Linden
Als iemand een negatieve uitslag krijgt (geen dragerschap) is er oplucliting. De in de
familie gevonden mutatie is niet op de aanvrager overgeërfd. De opluciiting betreft ool<
de preventieve periodieke controles die dan niet langer noodzakelijk zijn. De tot dan toe
ervaren stress kan afnemen, omdat men niet meer in angst hoeft te leven vanwege tiet
hoge risico vroegtijdig ziek te worden. Ook nare gevoelens kunnen gepaard gaan met
deze negatieve uitslag; men kan zich bezwaard of schuldig voelen ten opzichte van
familieleden die wel drager zijn. Soms melden patiënten dat zij erdoor verrast zijn, dat zij
de blijdschap uitblijft. Als verklaring hiervoor geven zij aan dat ze niet langer lotgenoot zijn
van, bijvoorbeeld, een overleden moeder of zieke zus.
De klinisch geneticus zal de patiënten meedelen dat, óók als er geen sprake is van een
overgeërfde genmutatie, de 'gewone' kans op het krijgen van kanker blijft bestaan.
Evenwel, een deel van de aanvragers en hun familie zien van de test af. Dit gebeurt om
verschillende redenen. Een patient kan er bijvoorbeeld van overtuigd zijn dat het haar
natuurlijk lot is om ziek te worden.
Casuïstiek
Patiënt A.
Een 31-jarige gezonde huisvrouw, moeder van twee kinderen (3 en 6 jaar) komt samen
met haar man, voor een psychologisch consult. Ze is verwezen door de klinisch
geneticus. Ze deelt mee: 'ik huilde alleen nog maar'. Er is sprake van familiaire belasting
met borstkanker en eierstokkanker Moeder is jong overleden, evenals twee tantes. Een
zus heeft borstkanker Een nichtje is overleden aan borstkanker Patiënte is opgegroeid
in een internaat Zij wordt vanaf haar 15de jaar gecontroleerd door de huisarts. Er wordt
geen mutatie gevonden in DNA-onderzoek bij de zieke zus.
Patiënte gaat er van uit dat ze draagster is. Zij wil begeleiding bij haar angst en de
beslissingen die zij moet gaan nemen; wel of geen DNA-onderzoek en welke preventieve
maatregelen. Hoe moet zij omgaan met de stress van de controles en haar zieke zus die
er op aandringt dat zij zich preventief laat opereren. Wat aan te vangen met haar
gezonde zus die van niets wil weten. Wil zij nog een kind krijgen onder deze
omstandigheden?
Patiënt B.
Een 25-jarige gezonde kleuterleidster komt naar de polikliniek familiaire tumoren voor
DNA-onderzoek samen met haar 27-jarige zus. Haar moeder heeft twee jaar geleden
stamboomonderzoek gestart na zelf hersteld te zijn van borstkanker Oma en twee tantes
zijn overleden aan borstkanker Moeder blijkt, na DNA-onderzoek, draagster van een
mutatie in het BRCA2-gen. Zij bespreekt met haar twee volwassen dochters dat zij 50%
kans hebben ook draagster te zijn. Na ampel beraad besluiten de beide dochters,
waaronder patiënte, tot DNA-onderzoek. Na acht weken zitten beiden gespannen bij de
klinisch geneticus voor de uitslag. Patiënte blijkt draagster Zij beschrijft de uitslag als 'een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's