Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 163
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
WAT BEDOELEN WE MET: DE WETENSCHAP HEEFT GivENZEN? 151
En er is nog een andere vraag die betrekking heeft op de fysische
werkelijkheid die buiten de macht van de wetenschappelijke verklaring
ligt, nl. die naar de oorsprong van alles. Dat er iets is en niet veeleer niets
kan niet op wetenschappelijke wijze worden verklaard.
Het is interessant om te zien dat ook sommige naturalisten beseffen dat
de natuurwetenschappelijke verklaring bij de vraag naar de orde en de
oorsprong van de werkelijkheid voor een grens staat. Wim Drees bijv.
spreekt hier nadrukkelijk van grensvragen. ("Harde wetenschap", 17-18)
Aldus wordt duidelijk dat ook wanneer men zich beperkt tot het terrein
van de fysische werkelijkheid er wetenschappelijk onverklaarbare
dingen zijn: bestaan en orde. Maar, dit betekent nog niet, zo kan men
betogen, dat ze dus totaliter onverklaarbaar zijn. Men kan ze immers ook
verklaren door een persoonlijke verklaring, dus door een beroep te doen op
de intenties en handelingen van een persoonlijke actor, niet van een
menselijke maar van een Goddelijke.
Uiteraard is het niet zo dat de vragen naar orde en oorsprong beant-
woord moeten worden middels een persoonlijke verklaring. Men kan het
bestaan en de orde van de werkelijkheid als een onverklaarbaar factum
aanvaarden. Dit is geen onmogelijke positie, ook geen irrationele positie.
Maar dat is de positie van hen die orde en oorsprong wel verklaren (en
wel door een persoonlijke verklaring) evenmin. Het is niet zo dat de
eerste positie in overeenstemming" is met de resultaten van het natuur-
wetenschappelijk onderzoek, terwijl de tweede daarmee in tegenspraak
is. De positie die men hier inneemt wordt, anders gezegd, ondergedeter-
mineerd door de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Ze wordt
gedetermineerd door de religieuze of, zo men wil, metafysische
overtuiging die men heeft (Vgl. Van Woudenberg 1996, 48 e.v.).
(8) Wetenschap wordt beoefend door beperkte, feilbare mensen, en
(zoals de christelijke traditie zegt) zondige mensen. In de wetenschaps-
filosofie is het gemeengoed dat wetenschappelijke uitspraken in principe
altijd weerlegbaar zijn. Het fallibilisme is een algemeen aanvaard
principe. Men kan dit uitleggen als een grens voor de wetenschap: ze
komt nooit voorbij de grens van het weerlegbare. De grondlegger van de
VU, zo kan men zeggen, was een fallibilist avant la lettre inzoverre hij
(overigens in de voetsporen van zulke grote denkers als Duns Scotus en
Calvijn) nadacht over de noëtische effecten van de zonde, d.w.z. over de
wijze waarop de zonde het kennisleven (en daarmee ook de wetenschap)
beïnvloedt (Kuyper 1894, II, 52-96). Kuyper onderscheidt verschillende
werkingen van de zonde op het kenleven van de mens. Hij handelt ten
eerste over de 'formele' werking van de zonde, daarbij wijzend op zulke
factoren als leugen, vergissing, zelfbedrog, verbeelding, verkeerde op-
voeding en gebrekkige opleiding. De 'materiële' werking van zonde ziet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's