Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 22
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
10 R. FERNHOUT
momenten: de Gereformeerde beginselen leveren in de eerste plaats een
duidelijke identiteitsbepaling in onderscheidende zin op, d.w.z. ten
opzichte van andere opvattingen aangaande wetenschapsbeoefening, en
vervolgens in verenigende zin, namelijk voor de leden van de eigen
universitaire gemeenschap. We geven de uitwerking van deze hoofd-
momenten beknopt weer.
Kuyper is, om met het onderscheidende element te beginnen, van
mening dat binding aan de Heilige Schrift alleen, als 'Woord van God',
geen wel omschreven eigen uitgangspunt biedt op het terrein van
wetenschapsbeoefening. Immers, aldus Kuyper, God spreekt niet alleen
in de Heilige Schrift, maar óók in de Schepping tot ons. Dit is de reden,
waarom hij over binding aan het 'woord van God' (zonder hoofdletter
'w') wil spreken. Het gaat niet, althans niet in de eerste plaats, om een
"Schriftuurquaestie", maar om het al of niet willen luisteren naar Gods
woord in de gehele schepping (1899, 7). En het zijn juist de gerefor-
meerde beginselen die, volgens Kuyper, zo uitdrukkelijk aandacht
gevraagd hebben voor dit spreken van God in de schepping. Hij verwijst
hiervoor naar art. 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, dat we hier
weergeven zoals Kuyper het aanhaalt:
Wij kennen God door twee middelen, en dat wel (niet ten eerste uit de
Schrift, maar) ten eerste door de schepping, onderhouding en regeering der
geheele wereld, overmits die voor onze oogen is als een schoon boek, in
hetwelk alle schepselen, groote en kleine, gelijk als letters zijn, die ons de
onzienlijke dingen Gods te aanschouwen geven. (1899, 9)
Van hoeveel belang Kuyper de volgorde tussen, met zijn term, 'het
woord van God' en de Heilige Schrift acht, blijkt wel uit het feit dat hij
deze op twee wijzen accentueert, eerst door een opmerking tussen
haakjes en vervolgens door cursivering.
Het 'woord van God' wil Kuyper verstaan als de uitdrukking van een
gedachte van God en het is de hoge taak van wie wetenschap bedrijft om
de gedachten van God te leren kennen, zoals deze in hun onderlinge
samenhang in de schepping gestalte hebben gekregen. In 'Pro Rege',
een publikatie van latere datum, legt Kuyper een verband tussen deze
opvatting en de Christologie. Christus is het sublieme Woord van God,
door wie als scheppingsmiddelaar, de eeuwige gedachten van God in
heel de schepping "haar belichaming" hebben gevonden. Daarom,
aldus Kuyper, "staat alles met den Christus, niet in zijdelingsch, maar in
rechtstreeksch verband, en er werkt geen kracht in de Natuur, en er is
geen wet, die de werking van deze kracht beheerst, of 't is al van dat
eeuwige Woord uitgegaan". Bijgevolg is het ongerijmd te menen dat
eventueel nog wel de geesteswetenschappen, maar niet de natuurweten-
schappen iets met Christus te maken zouden hebben (1911,1, 246).
Tengevolge van de zondeval zijn we echter, aldus Kuyper, niet meer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's