Medische psychologie - pagina 170
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
168 Lindeboom
hield ik voorlopig vast aan deze hypothese, en ging voort met het onderzoeken van de
visuele herkenning door Lex de meest uiteenlopende stimuli voor te schotelen. Het
defect in de herkenning van natuurlijke objecten bleek te gelden voor allerlei klassen
van dieren en planten. Gemiddeld werd minder dan 50% hiervan correct benoemd.
Stimulus en respons waren meestal, maar niet altijd nauw aan elkaar verwant. In tabel
1 staan de meest afwijkende benoemingen die aan plaatjes van dieren werden
gegeven.
Tabel 1
Opmerkelijke fouten in de benoeming van dieren
Stimulus Respons
zebra hert
zwijn stekelvarken
kikker eend
gier kip
lepelaar antiloop
flamingo giraf
pinguïn walvis
struisvogel dromedaris
Gebruiksvoorwerpen werden slechts sporadisch fout benoemd. Enkele malen betrof
het objecten zonder een karakteristieke vorm, zoals een kogellager (benoemd als
'nootje') en een baksteen (benoemd als 'schuurblok'). In andere gevallen ging het - net
als bij natuurlijke objecten - om verwarring tussen leden uit 'families van ven/vante
objecten, zoals een speld, spijker en schroef. Ongeacht de categorie hadden de foute
benoemingen veel weg van een gok, die bij gebrek aan een nadere bepaling was
gebaseerd op een slordige selectie uit de kenmerken van de stimuli. De omschrijving
'lange nek, lange poten' is bijvoorbeeld van zowel van toepassing op een flamingo als
op een giraf, een struisvogel en een dromedaris. In deze zin was er zeker sprake van
een onvolledige kenmerk-analyse, maar het leek eerder of de kenmerkende details
hun relevantie waren kwijtgeraakt dan dat ze niet werden waargenomen. Met andere
woorden. Lex scheen gewoonweg niet te weten hoe de objecten in kwestie er
uitzagen. Om dat na te gaan vroeg ik hem het uiterlijk van een aantal dieren te
beschrijven. Zulke beschrijvingen bleken inderdaad vaak onvolledig, irrelevant of zelfs
foutief. Een bij was 'klein en rond', een kameel had 'lange poten en een lange nek' en
een spin werd aangeduid als 'klein, met vier pootjes'. Ook vragen naar specifieke
eigenschappen van dieren wist hij slecht te beantwoorden; hij meende bijvoorbeeld
dat een kikker zwart was en een kraai bruin. Het ging daarbij niet alleen om visuele
kenmerken, maar ook om geluiden. Varkens, beren en olifanten zouden 'blèren'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's