Medische psychologie - pagina 160
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
158 Cohen
Bevordering van adaptatie
De lichamelijke mogelijkheden van iemand die een hartinfarct heeft meegemaakt zijn
in meer of mindere mate beperkt. De pompfunctie van het hart is minder geworden. In
sommige gevallen is de toestand van de vaten die het hart van zuurstof voorzien
blijvend minder. De patiënt heeft een ander lichaam dan dat waaraan hij jaren gewend
was.
Eén van de grote psychologische prestaties in de eerste levensjaren is de constructie
van een lichaamsbeeld. Gedacht wordt dat dit lichaamsbeeld ons mede in staat stelt
sturing aan het lichaam te geven. Bijvoorbeeld, om te weten of het lichaam door een
deur past, is het nodig een beeld te hebben van de grootte van het lichaam, ledere
verandering van het lichaam vereist een aanpassing van het lichaamsbeeld om
adequaat te kunnen handelen. Dit geldt voor gewone ontwikkelingen, zoals groei en
verval, en voor ongewone gebeurtenissen, zoals verlies van ledematen. Bij
ontwikkelingen is er sprake van (relatief) graduele veranderingen. Vermoedelijk
kunnen de psychische processen die verantwoordelijk zijn voor het aanpassen van het
lichaamsbeeld deze ontwikkelingen goed bijhouden. Bij plotselinge veranderingen is
dat niet het geval. Er ontstaat een discrepantie tussen het lichaamsbeeld en de
fysische werkelijkheid. Deze discrepantie is een bron van onwennigheid, irritatie en
frustratie. Vele verwachtingen die patiënt had ten aanzien van zijn toekomst zijn niet
langer gepast. De nieuwe lichamelijke toestand van patiënt vereist dus een algehele
psychologische aanpassing. Deze psychologische aanpassing vereist allereerst tijd.
De hoeveelheid tijd is vaak moeilijk te voorspellen. De aanpassing vereist ook dat de
patiënt de onvermijdelijke frustraties verwerkt. Het gevaar bestaat dat, wanneer de
frustraties niet goed doorstaan worden, de patiënt zijn gedrag zal gaan forceren en
daarmee zijn herstel blokkeert.
Goede zorg tijdens deze periode stimuleert de psychologische processen die voor de
aanpassing verantwoordelijk zijn, stelt ze enigszins veilig, en tempert teleurstellingen.
De zorgverlener stimuleert de adaptieve capaciteiten van de patiënt. De begeleiding
biedt een zekere mate van bescherming tegen nadelig gedrag, zoals ongewenste zelf-
medicatie en heil zoeken bij kwakzalvers. De relatie tussen patiënt en medisch
psycholoog biedt een "net" waarin de tegenvallers opgevangen kunnen worden. Veel
psychologische processen verlopen relatief onzichtbaar. Men leidt hun bestaan af uit
de nieuwe aanpassing die zichtbaar is geworden. De geslaagde aanpassing integreert
de nieuwe werkelijkheid en de overige kwaliteiten van de patiënt.
Patiënt G.
Een 62-jarige man met een gesctiiedenis van meerdere hartinfarcten werd verwezen
naar de medisch psychoioog nadat duideiijl< werd dat er naast het aanhoudend
gebruil< van zijn medicijnen geen verdere behandeiingsmogeiijl<heden waren voor zijn
cardiale probiematiel<. Patiënt had gevraagd hoe lang hij nog te leven had en kreeg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's