Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 113
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
WETENSCHAPSBEOEFENING EN CHRISTELIJKE GELOOFSKENNIS 101
vinden we in het tekstgedeelte zelf. "Niemand heeft ooit God gezien"
klinkt het in vers 18. Deze uitspraak is een korte samenvatting van een
belangrijk element van de godskennis in Israël: Geen mens kan God
zien en leven (vgl Rich teren 13: 22). En daarom gaat Gods openbaring
samen met verhulling. God manifesteert zich via en door middel van de
geschapen werkelijkheid. Wat niet-God is, schepping, gebruikt Hij als
middel om zich bekend te maken. Juist in zijn openbaring, in zijn
omgang met het volk, blijkt dat God de verborgene is. In de openbaring
van de Godsnaam, zoals die te lezen valt in Exodus 3: 14 gaan onthulling
en verhulling samen. God openbaart zich niet direct, onbemiddeld, maar
in de gestalte van iets anders. De vraag van Mozes of hij Gods heer-
lijkheid mag zien, wordt negatief beantwoord (Ex 33: 18-23). Het wordt
zelfs Mozes niet vergund God te zien van aangezicht tot aangezicht. De
man van wie we even eerder lezen dat hij een bijzondere vertrouwdheid
heeft met de Eeuwige en sprak met Hem "als een vriend van aangezicht
tot aangezicht" (vs 11), wordt in de verzen 21-23 in de wachtkamer gezet.
God verschijnt aan Mozes, maar Mozes kan Zijn verschijnen niet af-
dwingen. De godservaring is niet afroepbaar of afdwingbaar. Bovendien
stellen we het volgende vast naar aanleiding van dit bericht over een
theofanie. Het verschijnen van God heeft niet de gestalte van een onver-
hulde openbaarheid. Geloofskennis is daarin herkenbaar dat ze de wijze
waarop God zich merkbaar maakt, respecteert. Geloofskennis volgt.
Deze overlevering omtrent de theofanie in de geschiedenis van Israël
ligt ten grondslag aan de uitspraak in het eerste zinsdeel van Johannes
1: 18. Er wordt echter een precisering aan toegevoegd: "De eniggeboren
Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen."
Letterlijk staat er een verbale vorm waar ons woord 'exegese' van is afge-
leid. Jezus heeft God 'uitgelegd'. Met andere woorden. Hij die niet te zien
is voor mensen heeft zich in Jezus Christus, in zijn eniggeborene, dus op
onvergelijkelijke wijze, zichtbaar en kenbaar gemaakt.
De proloog geeft als introductie een samenvattende beschrijving van
de geschiedenis van Jezus Christus. In de volgende hoofdstukken wordt
dit door middel van verhalen en beschouwingen in beeld gebracht.
Als in de Johanneïsche geschriften over kennen wordt gesproken, dan is
de kern van dat kennen de levende omgang, dan gaat het tenslotte om
godskennis. Daadwerkelijk beleden en beleefd geloof is daarom veel
meer dan alleen een beweringsinhoud. Het bevat wel leer, maar is meer
dan dat. Dat betekent ook iets voor de status van dogmatiek als reflectie op
de geloofskennis. Dogmatiek is de poging de verschillende perspectieven
die zich op grond van de christelijke heilservaring aanbieden op de ver-
houding van God, mens en wereld, enigszins te ordenen en zo mogelijk
te verbinden. Schepping, zonde, verzoening, verlossing zijn voorbeelden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's