Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 141
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
WETENSCHAP EN UNIVERSITEIT IN EEN CULTUURLOZE TIJD 129
van de diepe crisis van de moderne tijd. Toen in 1968 onder verant-
woordelijkheid van de toenmalige Minister van Onderwijs en Weten-
schappen een Nota verscheen opgesteld door de Eindhovense hoogleraar
Posthumus, volgde daarop vanuit de academische wereld een buiten-
gewoon kritische reactie van de filosoof Popma. Hij zag vermoedelijk
scherper dan menigeen wat er op het spel stond en hij onderkende,
achteraf gezien ook terecht, dat de Nota Posthumus een belangrijk
keerpunt zou zijn voor de inrichting van het universitaire bestel in de
Nederlandse samenleving. Wie vandaag echter opnieuw zijn brochure
De universiteit: idee en praktijk (1969) ter hand neemt, zal ook het beperkte
van zijn reactie niet ontgaan. Ik val Popma graag bij als hij wijst op het
cultuurontbindende van wat hij het fabrilisme noemt. Het homo-faber-
denken en het uitgangspunt van de fabriele mens kan men inderdaad
duidelijk bespeuren in de opvattingen van Posthumus over de hervor-
ming van de universiteit. Maar hoe terzake de kritiek van Popma op dit
punt ook was, zelf blijkt hij in zijn brochure nauwelijks oog te hebben
voor de veranderde positie van wetenschap en universiteit in onze
samenleving. Zijn reactie is geheel geschreven vanuit de klassieke idee
van wetenschap als academisch beroep en gaat voorbij aan haar con-
necties met de samenleving.
Een zelfde kritiek als op het boekje van Popma, is ook van toepassing op
een nog tamelijk recente publicatie van de Noord-Amerikaanse filosoof
Plantinga (1990). Wat deze eredoctor van de VU schrijft over geloof en
wetenschap heeft mijn instemming en zijn scherpzinnige kritiek op het
naturalisme is overtuigend, maar er is in zijn beschouwingen ook een
zwak punt. Bij Plantinga ontbreekt een maatschappelijk-culturele situ-
ering van wetenschap, met name van de natuurwetenschappen. Om het
wat kras te zeggen: wat hij over naturalisme naar voren brengt zou
ongeveer net zo gezegd kunnen zijn zo'n h o n d e r d jaar terug toen
natuurwetenschap en techniek nog nauwelijks een stempel drukten op
onze samenleving. Ik kan het ook zo formuleren. Terwijl Plantinga zich
sterk maakt voor een bestrijding van het naturalisme, vind j e bij hem
geen woord gericht tegen het technicisme dat direct met dit naturalisme
verbonden is. De oorzaak van dit manco moet vermoedelijk gezocht
worden in het feit dat Plantinga geen acht slaat op het karakter van
moderne wetenschappelijke techniek en daardoor ook een te beperkt
zicht heeft op de geestelijke strijd die in de moderne cultuur gaande is.
Hij keert zich tegen hen die in de moderne natuurwetenschap niet meer
zien dan techniek, niet meer dan een middel voor praktische doelen
zoals het bestrijden van ziekte en het bouwen van bruggen of ruimte-
voertuigen. Inderdaad, wetenschap heeft al die belangrijke dingen
gedaan, merkt hij op, maar zij deed meer: ons gehele intellectuele land-
schap is door de natuurwetenschap getransformeerd (Plantinga 1993, 1).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's