Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 100
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
88 W. DE HAAS
enigermate op grond van de pretentie dat men bevoegd is dit begrip te
gebruiken—voor de pedagogiek geannexeerd te worden ".2 Hij stelde, dat
"niet de samenleving, niet de 'veelheid' van individuen, maar steeds de
afzonderlijke mens ('der einzelne Mensch'), het object van pedagogisch
handelen vormt" (295). "Aan hem", aldus nogmaals Beek, "voltrekt zich
de activiteit van de opvoeder, voor hem worden opvoedingsdoelen gefor-
muleerd en slechts aan hem, de enkeling, is constateerbaar of de gestelde
doelen al dan niet zijn bereikt" (295).
De positiekeuze van Beek krijgt reliëf tegen de achtergrond van de
zogeheten 'geesteswetenschappelijke pedagogiek' die in de afgelopen
decennia het veld beheerste en de opvoeder graag 'advocaat van het
kind' ("Anwalt des Kindes") noemde. Zij wenste het kind te bescher-
men tegen de objectieve, maatschappelijke en culturele machten, zoals
daar bijvoorbeeld zijn: staat, kerk en economisch leven (Nohl 1970, 105-
146).
De pedagogiek lijkt dientengevolge, althans naar het oordeel van
Beek, en vele anderen, niet in staat een substantiële bijdrage te leveren
aan het gesprek over het maatschappelijk en, om een soortgelijke reden,
aan dat over het cultureel pluralisme. Dat is niet een affaire voor de
pedagogiek, aangezien zij zich, zoals gezegd, richt op theorievorming
betreffende de opvoeding van het individuele kind, maar een zaak voor
maatschappijwetenschap en cultuurfilosofie.
De boeken kunnen echter nog niet worden gesloten, want onder-
tussen kunnen pluralistisch en pedagogisch denken wèl zinvol op elkaar
worden betrokken.
De pedagoog Wolfgang Brezinka heeft namelijk recentelijk in zijn
boek Glaube, Moral und Erziehung de uitdrukking 'pluralisme der indivi-
d u e n ' in de pedagogiek geïntroduceerd.'' Hij vestigde zo doende de
aandacht op een voor de pedagogiek relatief nieuw fenomeen. Wijsgeer
en literator waren daarmee al vertrouwd, overigens. Friedrich Nietzsche
had immers reeds lang geleden een Umwertung aller Werte waargenomen
en op grond van de culturele situatie van het Europa van zijn dagen
geconcludeerd: "Het uiteenvallen van de moraal leidt tot de practische
consequentie van een atomistisch individu en vervolgens nog tot de
splitsing van dit individu in pluraliteiten—een absoluut vloeien".''
Brezinka trachtte dat onthutsende verschijnsel, vanuit zijn rooms-
katholieke achtergrond, in zijn pedagogisch denken kritisch te verdis-
conteren. Hij benoemde met de uitdrukking 'pluralisme der individuen'
de omgang van de moderne mens binnen de Westerse cultuur met
religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen. Deze worden volgens
hem tegenwoordig "naar believen gekoesterd of opgegeven, gevarieerd
of gewisseld". Zij blijken meer af te hangen "van subjectieve keuze en
toevalligheden dan van traditie en gezag van een geloofsgemeenschap"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's