Medische psychologie - pagina 195
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
Roken in het ziekenhuis 193
asbakken te verwijderen en op de bewust gekozen stopdatum een schone start te
maken.
Behalve de reguliere stopprogramma's en 'bedrljfs-stopprogramma's'^ zijn er ook
programma's die zich richten op risicogroepen (patiënten met cardiovasculaire
aandoeningen of longaandoeningen, zwangere vrouwen). Voor de ziekenhuissituatie
lijken die het meest geïndiceerd. De stop-programma's hebben gemeen dat ze allen een
beperkt succes hebben. Een succespercentage van 30% na 1 jaar Is vaak het maximaal
haalbare.^^
Programma's die zich voornamelijk richten op de psychologische processen van
verslaving vanuit leertheoretische principes, hebben bijvoorbeeld operante procedures,
sensltlsatle en desensitlsatle, contracting en zelfobservatleprocedures opgenomen.
Leventhal en Cleary^ stelden het 'multiple regulation model' voor, waarin roken vooral
een functie heeft In het reguleren van emoties. Meer aandacht voor de fysiologische of
farmacologische aspecten van roken leidde tot programma's waarin naast elementen als
ontwenningsverschijnselen en het snakken naar een sigaret, ook mogelijke biologische
"cues" die sterk verbonden zijn met roken en biologische barrières die het stoppen met
roken bemoeilijken, aan bod komen.^^ In het blopsychosociale model komt daar nog de
aandacht voor "cues" vanuit de sociale omgeving bij, die het roken en stoppen-met-roken
kunnen beïnvloeden.
Een grote tegenvaller in het stoppen-met-roken-onderzoek Is dat grootschalig goed
opgezet onderzoek waarin Interventies gericht op het voorkomen van terugval (relapse
prevention) waren opgenomen, niet geleid hebben tot betere resultaten.^
Stoppen met roken in het ziekenhuis
In het navolgende gaat het voornamelijk over rokers die als patiënt het ziekenhuis
bezoeken. De rokende verpleegkundige of de rokende dokter of andere rokende
ziekenhuismedewerkers komen niet expliciet aan bod, alhoewel zij een belangrijke
voorbeeldfunctie vervullen. Het gebeurt nog steeds dat de patiënt zich niet gemotiveerd
voelt om te stoppen met roken, omdat hij weet dat zijn dokter ook rookt, of omdat hij weet
dat de verpleegkundigen even niet bereikbaar zijn omdat ze een 'rookpauze' hebben. De
patiënt kan dan gemakkelijk de irrationele opvatting huldigen dat "het zo erg wel niet zal
zijn met dat roken, want als het echt zo gevaarlijk was dan zouden ze het toch zelf ook
niet doen".
Patiënten die vanwege hun aandoening geadviseerd worden om te stoppen met roken,
verschillen van andere rokers in het feit dat ze wel "moeten" stoppen. De dreiging van
de negatieve consequenties van het roken wordt veel directer gevoeld. Vaak leidt dit tot
een verhoogde motivatie om te stoppen. Een goede Interventie op het moment van
verhoogde motivatie heeft meer kans van slagen dan een interventie op een moment dat
de patiënt niet gemotiveerd is om een stoppoging te ondernemen.
Op basis van de eerder genoemde stadia van Prochaska en DiCllmente^ is door Mudde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's