Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 172
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
160 J . p . VERHOOGT
Gereformeerde grondslag werd de staat verweten: "de beoefening van de
Heilige Godgeleerdheid, bij eindregeling, een zo heillooze inrichting te
geven, dat de Gereformeerden in den lande voor God onverantwoord
zouden staan en aan de eervolle traditiƫn h u n n e r vaderen ontrouw
worden, indien zij nog langer lijdelijk dit ergerlijk verloop der dingen
aanzagen en niet op voorziening bedacht bleken in zoo hooggaanden
nood". Wordt tegen deze ontwikkeling niets gedaan dan, zo gaat de
b r o c h u r e verder, "dreigt aan die jammerlijke inrichting van ons
vaderland geen minder gevaar, dan dat de hoogere ontwikkeling van
ons volksleven in handen van het ongeloof overga; de wetenschap een
instrument tegen de eere van Christus worde; en geheel het corps onzer
Staatslieden, rechtsgeleerden, artsen, letterkundigen en natuurbeoefe-
naars, met al den invloed waarover zij in den lande beschikken, zich
keeren tegen onze beginselen en apostelen worden van een naturalisme,
dat ten slotte alle geestelijk leven vermoordt".'^ Deze passages geven aan
hoezeer de stichters ervan overtuigd waren dat de tijd waarin zij leefden
om de oprichting van een Vrije Universiteit vroeg. Daarbij valt op dat
hun inzet in eerste instantie weliswaar het veiligstellen van een recht-
zinnige theologie op basis der gereformeerde beginselen was, maar dat
die inzet tegelijk verder reikte. Het ging hen uiteindelijk om het geeste-
lijk welzijn van het Nederlandse volk dat werd aangetast door het
modernistische gedachtengoed van naturalisme en rationalisme. In die
zin wilde de VU vanaf haar oorsprong dienstbaar zijn aan de gehele
Nederlandse samenleving.
Toch dringen zich bij deze inzet tot oprichting van de VU tegelijk en-
kele vragen op. In hoeverre is langs theologische weg, hoe rechtzinnig
ook, ten principale de geest van het rationalisme echt buiten de deur te
houden en was dit, dus ook voor het gereformeerde volksdeel, dat zijn
dagelijks leven volgens die theologie moest inrichten, een niet te volvoe-
ren opgave? Werd, anders gezegd, het gereformeerde volksdeel, door de
kwalificaties die zijn leidslieden jegens het opkomende naturalisme en
rationalisme bezigden: "moordenaar van alle geestelijke leven", in feite
niet in een "onmogelijke" positie gebracht? Enerzijds diende het gewone
gereformeerde volk immers om theologische redenen dat rationalisme
radicaal te verwerpen terwijl anderzijds in het persoonlijke en maat-
schappelijke leven van alledag elementen van datzelfde rationalistische
en modernistische denken onvermijdelijk werden overgenomen en in
die zin beaamd. Hadden de theologische leidslieden zich daarom niet
vooral tegen het onmiskenbaar agressieve en triomfalistische karakter
van het 19e eeuwse rationalisme en naturalisme moeten keren, maar
tegelijk jegens het streven naar meer maatschappelijke gelijkheid en
een redelijke levensstandaard dat erin besloten lag een meer welwil-
lende houding moeten innemen? Dat streven werd de aanzet tot brede
I
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's