Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 61
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
DE v u : GEVANGENE VAN EEN POSITIVISTISCH WETENSCHAPSIDEAAL 49
voor zich de Waarheid te onthullen aan hun medemensen, die daarvan
tot hun schade verstoken waren.^ Geen spoor van relativisme of scepti-
cisme hinderde Heraclitus om keihard en striemend zijn stadgenoten te
kastijden met zijn bijtende uitspraken. En Parmenides, hoe radicaal aan
Heraclitus ook tegengesteld, houdt het er evenzeer op, dat al zijn
tijdgenoten 'doof evenzeer als blind' zijn voor de Weg van de Waarheid.
De grote Griekse filosofen hebben belangrijke inzichten ontdekt. Maar ze
hebben ze ook verkeerd beoordeeld! De voor de wetenschap kenmer-
kende activiteit van de abstractie, waardoor de mens in staat is zich af te
wenden van de werkelijkheid van de concrete, ervaarbare dingen, en
zich te richten op het wetmatige, het structurele daarin, is door Parmeni-
des van Elea in de 5e eeuw voor Christus tot grote hoogte beoefend, waar-
door hij alle veelheid en verscheidenheid van de ervaringswerkelijk-
heid weg-dacht, en zo zich kon concentreren op het 'Ene Zijnde'. Maar
hij heeft dat 'Ene Zijnde' niet als product van menselijke abstractie
erkend, maar als ontdekking van een werkelijkheid die altijd met zich
zelf identiek is, en dus niet aan ontstaan en vergaan onderhevig. Die
goddelijke, eeuwige werkelijkheid had hij, volgens zijn eigen zeggen
dank zij de hulp van een godin, geschouwd met zijn eigen intellect, dat
hem op voet van gelijkheid met die godin van de Waarheid had
gebracht. Voortaan openbaart de filosoof de goddelijke Waarheid, dank-
zij een goddelijk bestanddeel in de mens.
Ook Plato, die de Waarheid en de normativiteit van de Ideeën buiten
de mens situeert, houdt het er op dat in de mens een goddelijk ken-
vermogen van die eeuwige, onveranderlijke Ideeën functioneert. Zijn
onthulling van het aardse, lichamelijke bestaan als een leven in een
'gevangenis-grot' kan hij slechts doen op basis van de aanname dat de
menselijke ziel haar herkomst 'van boven' zich nog herinnert. Maar zijn
leer van de onsterfelijkheid van de ziel is direct verbonden met zijn
aanname van de Ideeën als altijd identiek met zich zelf en goddelijk.
Terecht heeft R. Mortley opgemerkt: 'Een van de opvallende aspecten
van de intellectuele vooruitgang van de mens is dat zij zich voltrekt in
een voortbouwen op fundamenten die, in het licht van de latere
ontwikkeling, volstrekt onbetrouwbaar lijken te zijn' (1986, I, 11).
Zeker is er sprake van 'intellectuele vooruitgang' in de periode van de
Griekse Oudheid, maar die vooruitgang was een bijproduct van een
streven dat gericht was op het 'gelijkvormig worden aan de godheid','' op
het overwinnen van de pluraliteit van de 'meningen' en de 'geloofsover-
tuigingen' van de stervelingen en op het verwerven van een metafysi-
sche kennis, die kennis omtrent God is en tegelijkertijd de kennis die
God zelf bezit. Alle overige wetenschappen waren, indien ze niet op
produktie of profijt gericht waren, weliswaar ook 'bevrijdende' kunsten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's