Medische psychologie - pagina 300
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
298 Bramsen en Van der Ploeg
variabelen en de latente variabelen. Het structurele model specificeert de relaties
tussen de onafhankelijke en afhankelijke variabelen die zowel geobserveerde als
latente variabelen kunnen zijn.
Wanneer een lineair structureel model statistisch wordt getoetst, wordt nagegaan of
het waarschijnlijk is dat de geobserveerde gegevens gegenereerd zijn door dit
model.^''^ Baron Kenny'^ beschouwen lineair structureel modelleren als de meest
efficiënte en minst problematische manier voor het testen van het effect van een
mediërende variabele. Dit betekent dat deze techniek uitermate geschikt is voor het
toetsen van onze hypothese betreffende de mediërende rol van de wijze van
betekenisverlening aan de oorlogservaringen.
De techniek heeft echter ook beperkingen. Zo is het, statistisch gezien, altijd mogelijk
dat er meerdere modellen bij de gegevens passen. Een passend model is dus niet
noodzakelijk het 'enige' of 'beste' model.'"''^ Daarom ook, kan een goede 'fit' tussen
model en data niet worden opgevat als een definitief bewijs dat de veronderstelde
causale relaties inderdaad geldig zijn. Omdat het altijd mogelijk is dat er meerdere
modellen bij de data passen en om te voorkomen dat de resultaten op toeval
berusten, is het belangrijk dat modellen geformuleerd worden vóórdat data-analyse
begint. Ook is van belang dat eventuele aanpassingen tijdens de data-analyse worden
gemaakt aan de hand van de theorie en vervolgens getoetst worden op een nieuwe
dataset. Dit laatste wordt kruisvalidatie genoemd.
Voor deze analyse werden respondenten geselecteerd die ingrijpende
oorlogservaringen hadden gerapporteerd en die tevens hadden deelgenomen aan het
vervolgonderzoek. Dit resulteerde in een groep van 455 respondenten. De
tweestapbenadering werd gevolgd^^. Dat wil zeggen dat bij ieder model eerst het
meetmodel werd getoetst om de convergente en discriminante validiteit te bepalen.
Vervolgens werd het structurele model getoetst. Om de fit van het model te bepalen
werd gebruik gemaakt van de Comparative Fit Index (CFI)."''' Een CFI van .90 of
hoger wordt wenselijk geacht.
De steekproef werd at random in tweeën gedeeld. Eén helft werd gebruikt om de
modellen te toetsen en eventuele aanpassingen te maken. Vervolgens werd de
tweede helft gebruikt voor kruisvalidatie van de verkregen oplossing.
Meetinstrumenten
De volgende meetinstrumenten werden gebruikt. Symptomen van PTSS werden
bepaald met behulp van de eerdergenoemde ZIL.^ De mate van oorlogsstress werd
bepaald met behulp van de Vragenlijst over Oorlogservaringen die speciaal voor dit
onderzoek werd ontwikkeld. Deze bestaat uit de volgende schalen: 'Doodsangst en
extreme stress', 'Verlieservaringen', 'Deprivatie' en 'Ervaren controle'. De
betrouwbaarheid van de schalen (Cronbach's alpha) was goed en varieerde van .70
tot .90. Voor de constructvaliditeit werd voldoende steun gevonden.'' Daarnaast werd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's