Medische psychologie - pagina 44
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
42 Snoek
sommigen aanvankelijk relatief probleemloos leven met hun diabetes en pas in een
later stadium aanpassingsproblemen ervaren, bijvoorbeeld onder invloed van
gebeurtenissen in de relatiesfeer of op het werk.
Gegeven de hiervoor genoemde aanwijzingen voor een verhoogde prevalentie van
depressie onder mensen met diabetes is aandacht voor, in casu vroegtijdige
signalering van stemmingsproblemen van bijzonder belang. Niet alleen vanwege de
psychische last van de depressieve gevoelens op zich, maar ook vanwege de
negatieve effecten van depressie op het diabetes zelfzorggedrag, en daarmee de
kans op het ontwikkelen van late complicaties. Dit geldt zeker ook voor stressklachten
bij diabetes, waar in het voorgaande al het nodige over gezegd is.
Recent onderzoek laat zien dat spuit- en/of prikangst bij 2 tot 5% van de volwassen
diabetespatiënten voorkomt, in verschillende gradaties.''^ Terwijl bij sommigen sprake
is van lichte angstgevoelens en arousal, is bij anderen sprake van een spuit- of
prikfobie die gepaard gaat met een sterke afhankelijkheid van anderen. In
tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, blijken spuit- en prikangst overigens lang
niet altijd samen te gaan. Iemand kan, met andere woorden, angstig zijn voor het
bloed prikken maar weinig of geen moeite hebben met het zelf injecteren van insuline
en vice versa.
Het risico op (extreem) lage bloedglucosewaarden of hypoglycemieën is bij met
insulinebehandelde diabetes verre van denkbeeldig, met name bij patiënten die
behandeld worden met intensieve insulinetherapie (meerdere injecties per dag of met
continue insuline-infusiepomp). Onderzoek heeft laten zien dat het streven naar strikte
glycemische controle gepaard gaat met een driemaal verhoogde kans op ernstige
hypo's.''* Het ervaren van een of meerdere ernstige hypoglycemische episodes kan er
gemakkelijk toe leiden dat iemand een sterke angst voor hypoglycemie ontwikkelt, en
er alles aan zal doen om een volgende hypo te voorkomen.'^ Ook partners, ouders en
naasten van de diabetespatiënt kennen vaak een grote angst voor hypo's, zeker
wanneer zij een of meerdere malen getuige zijn geweest van een ernstige
hypoglycemie met bewusteloosheid. Partners nemen soms eerder hypo-symptomen
waar dan de patiënt zelf, hetgeen nog wel eens tot relationele conflicten aanleiding
kan geven.^ Bij herhaalde hypoglycemieën zien patiënten zich voor het dilemma
geplaatst te moeten kiezen tussen twee 'kwaden': een goede diabetes instelling mèt
hypo's, of een slechtere diabetesinstelling met minder angst maar wel met een
verhoogd risico op late complicaties. Velen kiezen voor een 'veiligere' hogere
bloedglucosespiegel, teneinde een zo normaal mogelijk leven te kunnen blijven leiden.
De schaduwzijde van deze strategie is evident: langdurig verhoogde
bloedglucosewaarden geven een grotere kans op het ontwikkelen van complicaties
op langere termijn, hetgeen weer veel zorgen over de toekomst kan genereren. Angst
voor (verdere) complicaties komt frequent voor bij mensen met diabetes, waarbij de
meeste zorgen betrekking blijken te hebben op een mogelijk blind-worden als gevolg
van retinopathie.^^'^^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's