Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 54
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
42 A.TH. VAN DEURSEN
geven moest men daarom nieuwe wegen zoeken. Dan kon men tevens
de fout herstellen die bij de oprichting was begaan, en de universiteit
stellen op een bredere grondslag. Verlies ziet Wieringa in de verande-
ringen niet, en risico nauwelijks. Hij ziet een pluriforme universiteit
voor zich, die rijker zal kunen zijn dan de vroegere, eng gereformeerde
instelling.
Over de wijze waarop de trouw aan de doelstellingen gerealiseerd kan
worden laat Wieringa zich echter niet uit. Het lijkt niet waarschijnlijk
dat hij aan andere bindingen heeft gedacht dan de uitspraak van het
eigen geweten. Pluriformiteit zal zich dan alleen kunnen handhaven bij
zeer sterke interne cohesie. Als die ontbreekt, zal een ontwikkeling in de
richting van pluralisme niet te stuiten zijn. Wie eerst de grondslag
verbreedt en vervolgens de persoonlijke binding schrapt heeft twee
beslissingen genomen die ieder voor zich een belemmering vormen
voor de verwezenlijking van zijn doel.
Bij Wieringa is de achterban uit het zicht verdwenen. Hij staat daar-
mee tegenover al zijn voorgangers, die de steun van het gereformeerde
volk van doorslag gevende betekenis hebben geacht. De universiteit en
haar sympathisanten delen hetzelfde geloof. In Woltjers tijd roept dat
geen spanningen op. Rullmann in 1930 en Roelink in 1955 nemen
symptomen van verwrijdering waar. Het enthousiasme van de eerste
generaties is verdwenen, constateert Rullmann; er is een verschil in
cultuur dat van weerszijden aanvaard moet worden, zegt Roelink. Beide
hebben gelijk, maar de kern van de zaak was het beste gevat door Woltjer
in 1905: zij hebben een even kostbaar geloof als wij.
De harmonie die in die wederkerige verbinding besloten ligt is thans
verdwenen, en met haar ook de achterban zelf. Als in het jaar 2005 de
Vrije Universiteit nog altijd bestaat zoals ze nu is, en besluit wederom
een gedenkboek uit te geven, dan zal dat niet meer voor een achterban
zijn. De Vrije Universiteit als zodanig heeft haar voeling met het gerefor-
meerde volksdeel verloren. Zij kan dat ook niet zo gemakkelijk herstel-
len, want die gereformeerden hebben zelf gekozen voor pluralisme. Hun
kerkelijk leven zou een Vrije Universiteit in de klassieke zin niet meer
kunnen schragen. Een christelijke instelling van hoger onderwijs kan
echter zonder draagvlak niet bestaan. Zodra dat ontbreekt, is ze naar
Roelinks woorden ontworteld, vreemd aan haar eigen verleden: een
goede universiteit, die niets meer met 1880 te maken heeft.
Goede universiteiten zijn er in Nederland genoeg. Naar het oordeel
van de politiek zijn er zelfs te veel, en kunnen wij het best met minder
doen. De Vrije Universiteit mag dan geen recht op voortbestaan ontlenen
aan het feit dat ze ooit een christelijk instituut is geweest. Zo zijn immers
ook Leiden, Groningen, Utrecht en het Amsterdamse atheneum hun
bestaan begonnen. Daar heeft wetenschap in de loop van de negentiende
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's