Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 122

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 122

Het bijzondere van de Vrije Universiteit

3 minuten leestijd

no C. VAN D E R K O O I

ZO dient met klem gesteld, niet worden vereenzelvigd met toeval of

willekeur. Het begrip contingentie is de filosofische formulering van de

christelijke scheppingsgedachte (vgl. Pannenberg 1991, 88; zie ook

Torrance 1981). De stelling van de contingentie biedt de mogelijkheid de

verschijnselen, mensen, gebeurtenissen, de dingen van de ons omrin-

gende wereld te nemen in hun onherleidbaarheid en eigenheid. In het

begrip contingentie ligt het besef van een grens besloten, die niet zozeer

een negatieve grens betekent, waar men achter zou willen gaan, maar

een positieve afbakening waarbinnen het gegevene in eerste instantie als

gave en geschonken ruimte wordt gewaardeerd. Het bijbels scheppings-

verhaal laat ontstaan en bestaan van onze wereld niet rusten in zichzelf.

Het bestaan rust in de wil van God. Onze wereld bestaat niet noodzakelijk

en tegelijkertijd heeft ze bestand en is ze intelligibel. Dat zijn intuïties die

de wetenschap begunstigen. De nieuwsgierigheid naar dit contingente,

dit geschonkene is immers niet een ondeugd, maar is te beschouwen als

iets wat in het verlengde ligt van deze ontdekking. Daarmee is een

positieve grondhouding gegeven jegens wetenschap en wetenschaps-

beoefening.

Daarmee is nog niets gezegd over de mogelijkheid of onmogelijkheid

van reductionistische theorieën om bijv. het menselijke bewustzijn tot

een neurofysisch fenomeen te herleiden. Het scheppingsverhaal opent

wel het oog voor zowel de verbondenheid van de mens met de aarde

(adam) en de onderscheidingen binnen het geschapene. De mens, dit

stuk uit de kluiten getrokken aarde (adama), wordt door God aan-

gesproken en met die ervaring wordt een nieuw element toegevoegd aan

de kennis omtrent de mens.

(5) Ten tweede noem ik de waarneming van goed en kwaad. Hebben

dergelijke oordelen plaats in de wetenschap? Ik meen dat hier bij uitstek

lijnen lopen tussen de christelijke leer en andere vormen van kennis. In

het O u d e en Nieuwe Testament worden bouwstenen aangeleverd voor

een zeer bepaalde visie op goed en kwaad in de wereld. De bioloog mag

ons leren dat vreten en gevreten worden tot de normale gang van zaken

behoort, ja van levensbelang is in de strijd om te overleven, de historicus

mag vertelllen dat de mens in elke tijd weer in kwaad vervalt en list,

bedrog en geweld er historisch bij horen, in de christelijke dogmatiek

wordt de normaliteit van het kwaad ontkend. Er zijn levensbeschouwe-

lijke ontwerpen waarin geprobeerd wordt het kwaad te verbinden met

het feit dat de mens nog onderweg is, een evolutionair wezen dat

aangelegd is op Gods heil, maar daarbij nog niet terecht gekomen. Met

andere woorden, het kwaad is dan tot op zekere hoogte een tragisch

element dat te maken heeft met voorlopige beperking (Berkhof 1993, 206

e.v.). Het bijzondere van Genesis 3 is nu echter dat de tragische levens-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's

Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 122

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's