Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 58
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
46 A.p. BOS
conclusie van het menselijk verstand moet zijn dat het bepaalde vragen
niet op eigen kracht kan beantwoorden, de mens de moed moet hebben
om dan zonder antwoord te leven, liever dan antwoorden te aanvaarden
die niet voldoen aan eisen van wetenschappelijkheid die de autonome
mens zelf heeft gesteld. Russell herformuleert hier in zekere zin de
zinspreuk van de Verlichting tot: 'Heb het lef om te vertrouwen op j e
eigen verstand: Durf te erkennen, dat voor veel vragen geen antwoord
bestaat'.
De positie die B. Russell zeer helder en overtuigend heeft geformu-
leerd, is in de twintigste eeuw buitengewoon invloedrijk geworden. Zij is
er de oorzaak van dat de filosofie sterk aan betekenis heeft ingeboet en
haar dominante plaats heeft moeten afstaan aan de wetenschapsmetho-
dologie, waarin de regels voor wetenschappelijkheid zo strikt mogelijk
zouden worden vastgelegd. Dankzij Russell en de zijnen is alle traditio-
nele theologie opgezadeld met de verdenking dat zij slechts een pseudo-
wetenschap is, die nauwelijks meer status heeft dan astrologie of homeo-
pathie. Recent heeft dr H. Philipse in zijn Atheïstisch manifest (1995) zich
nog weer eens als vertolker daarvan opgeworpen en vervolgens de strijd
weer opgerakeld tegen de plaats van de theologie als universitaire
wetenschap. En en passant zijn alle vormen van godsdienstig geloof ook
in de hoek gezet van de zaken waarover niet wetenschappelijk gesproken
kan worden. Door haar scherpe afgrenzing van het publieke terrein als
het terrein van het wetenschappelijk verantwoorde spreken, heeft ze een
groot deel van het menselijk bestaan gemaakt tot privé-terrein, waarop
iedereen zijn eigen voorkeuren zou mogen volgen, mits men er maar
geen claim voor zou neerleggen in de wetenschappelijke discussie. Voor
het privé-domein geldt: vrijheid, blijheid; ieder zijn smaak; elk wat wils;
doe watje lekker vindt.
Een gevolg daarvan is ook geweest, dat de discussie over de identiteit
van christelijke instellingen voor wetenschap, zoals de Vrije Universi-
teit, totaal van karakter veranderd is. Ging die discussie vroeger over de
vraag, hoe de christelijke geloofsovertuiging van betekenis is voor de
beoefening van wetenschap, tegenwoordig wordt ze of niet meer gevoerd
of gewijd aan de doelen waarvoor wetenschappelijke kennis aangewend
zal worden. Maar frequent blijkt dan de mening verdedigd te worden,
dat het voor het wetenschappelijk werk als zodanig niet uitmaakt, door
wie het wordt gedaan, christen of niet-christen; en dat, indien de Vrije
Universiteit nog niet zou zijn opgericht, men er nu ook niet meer de
moeite voor zou nemen om dat alsnog te doen. Aan de VU als instituut
voor beoefening van wetenschap zou ruimte moeten bestaan voor iedere
gekwalificeerde wetenschapper. Zij zou niet langer de werkplaats
moeten zijn van de beoefenaars van de 'wetenschap van de Logos', zoals
prof J. Woltjer het in 1891 uitdrukte, (zie Woltjer 1891/1931),4 maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's