Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 98
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
86 W. DE HAAS
en toetste een aantal varianten van de 'gezamenlijke school': de 'compro-
misschool', de 'samenwerkingsschool', de 'open school', de 'oecume-
nische school' en het 'tertium'. De principiële grondslag van elk der
genoemde schoolvormen was voor hem steeds het doorslaggevende
criterium voor zijn beoordeling.
Vooral de 'samenwerkingsschool' was in orthodox-protestantse kring
een heet hangijzer. L. Kalsbeek releveerde in zijn brochure Een school met
of zonder bijbel?, het voorzichtige oordeel van G. Wielenga dienaangaan-
de: "Deze school zou, onder bepaalde voorwaarden, een samenwerkings-
school kunnen zijn." Zekerheid omtrent dit laatste heeft hij evenwel
niet,—aan christelijke scholen geeft Wielenga toch nog de voorkeur.
"Omdat ik vermoed", zo schrijft hij, "dat een homogeen docentencorps
grotere kracht uitoefent in de gewenste keuzerichting. Maar zeker v/eet ik
het niet—het zou kunnen zijn, dat in een pluriforme samenleving in
bepaalde situaties een pluriform klimaat beter werkt. Daarom zijn proef-
nemingen in deze richting m.i. niet verwerpelijk" (Kalsbeek 157). Men
kan daaruit afleiden, dat de strikte deling van het Nederlandse onderwijs
in openbaar en bijzonder in christelijke kring eind j a r e n zeventig
enigszins bespreekbaar was geworden.
De grondslagendiscussie lijkt in onze jaren, althans voor wat de
hoofdstroom van het bijzonder onderwijs betreft, op de achtergrond te
zijn geraakt. Blijkens de recentelijk verschenen brochure De verzuiling
voorbij, een Bulletin-extra van de 'Unie voor Christelijk Onderwijs'—de
voormalige 'Unie School en Evangelie'—dient het christelijk primair en
voortgezet onderwijs zich tot een 'programschool' te ontwikkelen. Er staat
in genoemde brochure geschreven: "Een nieuwe onbevangenheid is
nodig in de omgang met de christelijke uitgangspunten. Geen grond-
slagendiscussies meer, niet blijven zoeken naar een steeds kleiner
wordende kern van gezamenlijk geloof, dat frustreert alleen maar. Laat
betrokkenheid bij de bijbel en de christelijke traditie voldoende zijn, het
is zelfs meer dan het eenmalig ondertekenen van grondslagen en doel-
stellingen. Velen grijpen over credo's en dogma's heen terug naar de
bron zelf, de verhalen en gebeurtenissen, de protesten en de liederen,
leefregels en verwachtingen, ervaringen van bevrijding en geborgen-
heid. Mensen gaan daar verschillend mee om in hun leven, gelukkig
maar; pluriformiteit is een zegen, niemand bezit alleen de volheid van
het heil" (Unie 23).
Er zou alleen al over dit citaat veel te zeggen zijn. Het maakt in elk
geval duidelijk, dat de schrijvers van deze tekst niet tekenen voor de
geloofsbelijdenis als grondslag van de christelijke school. Zij achten
betrokkenheid bij bijbel en christelijke traditie—'whatever it may be'—
voldoende, en bekommeren zich in eerste instantie om het pedagogisch-
didactisch fundament van die school. Men moet de zorg om de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's