Medische psychologie - pagina 257
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
Kinderen met spraak- en taalstoornissen
J.T.M. Specker
Samenvatting
Dit hoofdstuk is een bewerking van een vraaggesprek dat Henk van der Ploeg in juli
1997 met Manneke Specker heeft gehad. Het interview gaat over de werkzaamheden
die zij en andere medewerkers van de afdeling medische psychologie verrichten ten
behoeve van de afdeling KNO. In het bijzonder gaat het over de diagnostiek,
behandeling en verwijzing van kinderen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden. In
het interview komt duidelijk naar voren hoe belangrijk het is om vroegtijdig deze
problematiek te onderkennen en te diagnosticeren, opdat de juiste behandeling zo
goed en tijdig mogelijk kan geschieden. Daarnaast blijkt uit het interview hoe
waardevol de instelling van het spraak-taal-gehoorteam (STG) - waarbinnen de
verschillende disciplines zijn vertegenwoordigd die met dergelijke problemen te maken
krijgen - is geweest.
Manneke, ik wil je een aantal vragen stellen over je werkzaamheden bij de afdeling
KNO. We zullen ons vooral richten op de kinderen met spraak- en taalstoornissen.
Wat zijn veel voorkomende redenen om naar de medisch psycholoog te ven/vijzen en
wie bepaalt of een kind wordt aangemeld?
Een van de redenen om een kind bij de psycholoog aan te melden is dat een kind
achter is in zijn spraak-Ztaalontwikkeling en het de vraag is of er ook sprake is van een
achterstand in de algehele ontwikkeling, dat wil zeggen van een motorische
ontwikkelingsachterstand en/of van een cognitieve ontwikkelingsachterstand. Vaak
worden jonge kinderen aangemeld. Tussen hun tweede en derde jaar gaat het
opvallen als ze in taal achterblijven en bepaalde mijlpalen niet halen. Je moet je
voorstellen dat bij een normale ontwikkeling kinderen zo rond de leeftijd van een jaar
een enkel woordje zeggen en wat brabbelen. Zijn ze anderhalf, dan moeten ze
minimaal vijf woorden kunnen spreken en rond de twee jaar worden dat één-a twee-
woordzinnetjes. Bij drie jaar spreken ze al drie-a-vijf-woordzinnetjes. Dat zijn zo de
normen. Als kinderen de norm niet halen, dan ga je kijken wat er aan de hand is en
daar worden wij vaak bij geroepen. Dat gebeurt vooral als de vertraagde spraak-Ztaal-
ontwikkeling mogelijk te maken heeft met een algehele ontwikkelingsretardatie. Dat is
een heel ander probleem dan wanneer het kind wel achter is in taal, maar zich verder
overeenkomstig zijn leeftijd ontwikkelt.
Ook een reden om kinderen bij ons aan te melden is, dat er inmiddels opvoe-
dingsproblemen zijn ontstaan. Vaak hebben kinderen met spraak-Ztaalproblemen ook
gedragsproblemen, omdat ze zich slecht kunnen uitdrukken. Ze kunnen daardoor erg
driftig worden, agressief zijn of zich juist erg terugtrekken. Ouders willen dan graag
advies over hoe ze het kind het beste kunnen aanpakken. Het is natuurlijk moeilijk om
een kind op te voeden als het je woorden niet begrijpt. Vaak weten de ouders in zo'n
situatie niet goed wat ze er mee aan moeten. Ook kunnen ze al lang ongerust zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's