Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 83
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
CULTUUROMSLAG AAN DE VU 71
eenheid-boven-geloofsverdeeldheid. De VU verstoorde deze schone
droom met haar weinig verheffende boodschap van blijvende onenig-
heid. Zoals de christelijke school, op een wat lager vlak, de droom ver-
stoorde van de lagere school als kweekplaats voor verdraagzaamheid en
nationale eenheid.**
In deze tijd is het in één opzicht gemakkelijker geworden het vrije
van de Vrije Universiteit naar waarde te schatten. Ik doel op de post-
moderne rechtvaardiging van dissensus. Met de verwerping van de
vooruitgangsidee als geloofwaardige vertelling, breekt dit denken ook
met de voorstelling van consensus als een licht dat aan het einde van de
tunnel gloort. Er is een besef gegroeid dat we met tegenstellingen
moeten leren te leven, zonder verzachtende zinperspectieven. Lyotard
gebruikt hier het woord 'différend', een neologisme, ter onderscheiding
van een 'litige'. De laatste term duidt op geschillen die principieel
oplosbaar zijn; 'différend' daarentegen op een geding waarvoor op het
niveau waarop het speelt geen oplossingen bestaan. Als we in het 'vrije'
van de Vrije Universiteit niet het verzet horen meeklinken tegen een
afgedwongen eensgezindheid (naar Leidse snit) dan missen we iets
wezenlijks. Met betrekking tot dit verzet laat zich zeer wel de typering
van Nicholas Wolterstorff gebruiken: Kuyper was al postmodern toen
alom het modernisme nog de toon aangaf. Zoekt Wolterstorff evenwel
het onderscheidende in de rechtvaardiging van kleine vertellingen—
'science displays our particularities' legt hij Kuyper in de mond,** ik acht
het juister de nadruk te verleggen naar de onontkoombaarheid van
conflicten; conflicten, zo men wil, tussen grote verhalen.
Lyotards werkelijkheidsvisie is wel getypeerd als een harde ontologie.
We zien een landschap met tegenstellingen wijd en zijd, zonder uitzicht
op verzoening. Zelfs waar het gaat over het gebruik van taal—een onder-
werp waarbij de medemenselijkheid moeilijk te loochenen lijkt: want
wat is 'taal' als mensen niets met elkaar hebben?—legt deze filosoof de
nadruk op het scheppen van onderscheid. Elke taalhandeling wordt
opgevat als een strategische zet binnen een spel waarin een ieder uit is op
het versterken van zijn of haar positie. 'Praten is strijden', verklaart hij
botweg.'" De vraag moet wel opkomen hoever de overeenkomst met een
christelijke werkelijkheidsbeschouwing eigenlijk strekt: want wat kan
een christelijke visie aanvangen met dissensus zonder verzoening?
Het antwoord moet mijns inziens zowel ontkennend als bevestigend
luiden.
(i) Ontkennend, in zoverre een christen het zicht zal open houden op
verzoening. Tegenstellingen mogen niet verzelfstandigd worden; het
spreken van een 'antithese', zoals voeger gangbaar was, kon aanleiding
geven tot fixatie van tegenstellingen. Hoe kunnen we uit het evangelie
leven zonder te vertrouwen dat de waarheid zal overwinnen? Zal niet ook
,1^S
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's