Medische psychologie - pagina 113
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
I
De rol van psychosociale factoren bij borstkankerincidentle 111
onderzoeksopzet de meeste vrouwen voorafgaande aan de biopsie, al correct kunnen
voorspellen of zij een goedaardig dan wel kwaadaardige afwijking hebben.^'' Dit kan de
meting van de psychosoci ale vari abelen ernsti g verstoren. Dit probleem speelt echter
geen rol bij een cohortstudie studie zoals onze Ni jmegen-studle.
De resultaten van het onderzoek van Grossarth-IVlati cek en Eysenck hebben verder
onderzoek naar een mogeli jke kankerpersoonli jkhei d gesti muleerd. Tot op heden zi jn
hun resultaten nog door geen enkel ander onderzoek herhaald. Er wordt ook
getwijfeld aan de betrouwbaarheid van hun resultaten.^^'^^
Een andere verklari ng voor het fei t dat wi j de resultaten van geen van bei de
onderzoeken konden repli ceren kan ook worden gezocht i n het verschil i n opzet: wi j
hebben ni et exact dezelfde i nstrumenten gebrui kt, zodat een absolute vergeli jki ng
moeilijk wordt. Evenwel, als er duidelijke verschillen tussen cases en controles zouden
bestaan, dan waren deze i n het door ons gepresenteerde Ni jmegen-onderzoek
hoogstwaarschijnlijk wel aangetoond. Echter, ook in andere analyses, die hier niet zijn
beschreven, i s geen du i jk verband tussen persoonl
i del i dsfactoren en
i jkhe
borstkankerincidentle gevonden."""^^
Relevantie voor de klinische praktijk
Met de hui di ge stand van de wetenschap kunnen we concluderen dat de meeste
psychosociale var i abelen geen, of een m iin male, i nvloed hebben op de
borstkankerincidentle. Het Is belangri jk om pati ënten te kunnen vertellen dat ni et i s
aangetoond dat borstkanker ontstaat doordat er bi jvoorbeeld veel spanni ngen zi jn
geweest. Het komt i nderdaad voor dat mensen na een psychologi sch belastende
periode geconfronteerd worden met de di agnose borstkanker. Maar het komt net zo
vaak of mi sschi en wel vaker voor dat mensen na een dergeli jke peri ode ni et
geconfronteerd worden met deze di agnose. De bekende somati sche ri si cofactoren
voor borstkanker verklaren slechts 25% van alle gevallen van borstkanker." Bi j het
overgrote deel van de vrouwen met borstkanker zi jn er dus geen dui deli jke oorzaken
aan te wijzen. Bi j een aantal mensen li jkt er toch de behoefte te bestaan om aan het
krijgen van kanker een specifieke oorzaak toe te schrijven.' Een niet onlogische keuze
Is 'stress'. Het i s algemeen bekend dat geest en li chaam Invloed hebben op elkaar.
Sommige mensen worden bi jvoorbeeld al mi sseli jk als ze alleen al denken aan een
chemokuur.^^ Toch is er op dit moment nog onvoldoende wetenschappelijk bewi js dat
het optreden van borstkanker gerelateerd zou kunnen zi jn aan psychosoci ale
variabelen. Het is van belang te voorkómen dat mensen zich schuldig voelen omdat zij
bijvoorbeeld onvoldoende 'posi ti ef zouden hebben gedacht en hi erdoor borstkanker
zouden hebben gekregen.^^ De hulpverlener heeft onder meer de taak eventuele
schuldgevoelens ten aanzi en van het ontstaan van deze aandoeni ng bi j pati ënten te
weerleggen.
^ ^ ^ ^ ^ ^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's