Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 48
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
36 A.TH. VAN BEURSEN
wetenschap of voor de meteorologie zouden ontwikkeld moeten worden
ten dienste van het wetenschappelijk onderzoek. Ze mogen weliswaar
niet vreemd zijn aan het belijden van de gemeente, maar ze maken
daarvan geen deel uit. Kuypers calvinistische beginselen voor alle bij-
zondere wetenschappen zouden geen aanvullende formulieren van enig-
heid worden voor de gereformeerde kerken.
Eenmaal gebruikt Roelink het woord beginselen wel in de bijzondere
betekenis, naar aanleiding namelijk van de wijsbegeerte der wetsidee.
Die gaf eindelijk uitdrukking aan een oude wens: 'de gereformeerde
beginselen moesten een binding kunnen zijn voor de zozeer uiteen-
lopende wetenschappen' (146). De verplichte colleges van Vollenhoven
en Zuidema poogden die gedachte te verwezenlijken. Die mededeling
wordt ergens in de tekst neergelegd, maar krijgt niet de centrale plaats
die we haar in het kader van Roelinks betoog zouden toedenken. Hadden
Vollenhoven en Dooyeweerd eindelijk de parel gevonden die de Vrije
Universiteit sinds haar oprichting zo ijverig had gezocht, dan zou het
hele verhaal over de beginselen zich op de betekenis van de wijsbegeerte
moeten concentreren. In feite lijkt Roelink toch uit te gaan van de
simpele opvatting van beginselen, als ging het slechts om een ander
woord voor het gereformeerde belijden.
Het grote belang van dat belijden is dat het de geestelijke eenheid
handhaaft tussen universiteit en achterban. Daartoe is vereist dat de één
de ander uitnemender zal achten dan zichzelf. Een gedenkboek zal dan
meer dan Roelink deed moeten tonen dat de universiteit zich daarvan be-
wust was, door de wetenschap te beoefenen in de eenvoud van het geloof,
en door te beseffen dat zij het vertrouwen van het kerkvolk niet mag
verliezen. Onder die voorwaarden zal de achterban haar dat vertrouwen
ook moeten geven, en leren aanvaarden dat wetenschap nieuwe kennis
kan ontwikkelen die inzicht in het oude aanvult en verandert. Weder-
zijds echter vraagt dat een hechter fundament dan de kuyperiaanse
bevlogenheid van Roelinks gedenkboek van 1955. Het draagvlak van een
tijdgebonden theologisch systeem zou dan ook weldra te zwak blijken.
Een tijdelijke consensus (W.J. Wieringa, 1980)
In 1905 waren de universiteit en haar geestverwanten zo nauw met
elkaar verbonden, dat de viering van het vijfde lustrum haar weerslag
vond in één redevoering, zowel bestemd voor boeren en burgers als voor
studenten en professoren. In 1980 was de afstand tussen universiteit en
achterban zo toegenomen, dat er twee afzonderlijke publicaties versche-
nen. Roelink schreef weer het populaire boek. De wetenschappelijke
uitgave was een gezamenlijk product van auteurs uit alle faculteiten. De
algemene inleiding werd verzorgd door Wieringa. In dat hoofdstuk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's