Medische psychologie - pagina 98
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
96 Aaronson
sneller achteruit dan bij de vrouwen die continu waren behandeld. Dit kon deels worden
verklaard doordat de groep met continu chemotherapie een betere tumorrespons had.
Deze studie laat goed zien hoe de gevolgen van toxiciteit enerzijds en tumorrespons
anderzijds door middel van kwaliteit van leven-metingen duidelijker in beeld kunnen
worden gebracht.
Mijn laatste voorbeeld betreft een klinische trial waarover dit jaar in de Journal of Clinical
Oncology een artikel van Jean Simons van het Academisch Ziekenhuis Maastricht, mijzelf
en andere collega's is verschenen.'^ Het ging hier om een vergelijkende studie naar het
effect van medroxyprogesteron acetaat (MPA) versus een placebo op eetlust en
lichaamsgewicht bij patiënten met kanker in een terminaal stadium. Uit de resultaten
bleek dat MPA een significant, zij het bescheiden, positief effect had op zowel eetlust als
lichaamsgewicht. Deze gunstige effecten vertaalden zich echter niet in verbetering van
kwaliteit van leven, zoals die werd gemeten door middel van een gestandaardiseerde
vragenlijst. Er werd echter gedurende de twaalf weken dat de studie duurde een
achteruitgang van de kwaliteit van leven waargenomen in zowel de MPA- als de placebo-
groep. Dit was tamelijk teleurstellend omdat toename van eetlust en lichaamsgewicht in
zekere zin een tussenliggend doel van de behandeling was. Uiteindelijk hadden we ook
verwacht een verbetering te zien in de lichamelijk conditie van de patiënten die MPA
kregen. Mede omdat gewichtsverlies voor de patiënt en familie een teken kan zijn dat de
strijd tegen de ziekte wordt verloren, hadden wij gehoopt dat bij de MPA-patiënten
gevoelens van angst zouden afnemen en het algemeen welbevinden zou toenemen. Dit
was helaas niet het geval. Hoewel deze studie wellicht meer vragen opriep dan
beantwoordde, is het een goede illustratie van het gegeven dat de meer objectieve
indicatoren van het succes van een behandeling zich niet noodzakelijkerwijs laten
vertalen in een verbetering van functioneren of welbevinden.
Hoewel niet beoogd, heeft kwaliteit van leven-onderzoek als onderdeel van klinische trials
ook nog een zeer interessant nevenproduct opgeleverd. Het blijkt dat het oordeel van
patiënten voor aanvang van de behandeling over hun kwaliteit van leven een significante
voorspellende waarde heeft voor de duur van de overleving. Tot nu toe is dit aangetoond
in studies bij patiënten met longkanker, gevorderde stadia van borstkanker, en
melanomen.''^ Om misverstanden te voorkomen, wil ik er wel graag op wijzen dat deze
resultaten niet als bewijsmateriaal gebruikt kunnen worden door diegenen die ons willen
laten geloven dat de emotionele toestand of de persoonlijkheid van een patiënt een
belangrijke invloed heeft op het verloop van de ziekte. Wat deze resultaten wel aangeven
is veel directer: namelijk dat iemands huidige gezondheidstoestand één van de beste
voorspellers is van toekomstige morbiditeit en mortaliteit, en dat patiënten vaak donders
goed in staat zijn om hun huidige gezondheid te beoordelen. Praktisch gezien kunnen
deze bevindingen van nut zijn bij het opzetten van nieuwe klinische trials. Net zoals
tumorstadium, performance status en andere prognostische variabelen, zouden baseline
^ ^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's