Medische psychologie - pagina 193
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
Roken in het ziekenhuis 191
gebogen over theorieën die het waarom van het roken moeten verklaren. De oudere
theorieën richtten zich voornamelijk op één aspect van het roken, zoals de biologische
theorie van Eysenck.*^^ In de farmacologische theorie van Schachter ^^ staat nicotine
centraal. Door stresserende situaties zou de pH-waarde van het bloed dalen (zuurder
worden), waardoor de nieren meer nicotine uitscheiden en de roker behoefte krijgt aan
nicotinetoevoer. De gedragstheorieën van onder andere Tomkins^^'^" en Bandura^^'^^
richten zich voornamelijk op het handelingsaspect van roken, of op het 'zich-een-
houding-geven'. Latere theorieën richtten zich op meerdere aspecten van het roken,
zoals de psychobiologische theorieën van Solomon" en van Leventhal en Cleary^',
waarbij gepoogd werd de biologische, farmacologische en psychologische elementen te
integreren. De 'Surgeon General' benadrukt dat roken zowel een biologische,
gedragsmatige, psychologische als socio-culturele component heeft. Stoppen-met-
rokenprogramma's die rekening houden met de psychosociale en gedragsmatige
component lijken het effectiefst, maar de farmacologische component mag niet
onderschat worden. Nicotinetoevoer, anders dan via sigaretten, kan een handig
hulpmiddel zijn in de eerste fase van het stoppen-met-roken.
IVIeer kennis over de psychologische en sociale factoren van roken heeft duidelijk
gemaakt dat roken geen alles-of-niets fenomeen is, maar een geleidelijk proces. Het
roken van één sigaret maakt iemand niet tot een roker. Er kunnen 4 tot 5 stadia in het
roker-worden onderscheiden worden, gaande van de voorbereidende fase (waarin het
kind zelf nog niet rookt maar wel al geconfronteerd wordt met ideeën over de functies van
tabaksgebruik), naar de probeer- en experimenteerfase om uiteindelijk via de regelmatig-
gebruik-fase een verslaafde roker te worden.'^'^^
Net zoals beginnen met roken een proces is, geldt dat ook voor stoppen met roken.
Prochaska en DiClimente'^" hebben hiervoor een fasemodel ontwikkeld. In het eerste
stadium, precontemplation, denkt de roker er niet over om te stoppen. Hij is tevreden met
zijn rookgedrag. In de tweede fase, contemplation, is de roker niet meer tevreden met
zijn gedrag en overweegt te stoppen. In de derde fase, action, volgt daadwerkelijk het
stoppen. Als de stopper nu het niet-roken volhoudt komt hij in de fase van maintenance.
Als hij faalt volgt de fase van relapse en kan het proces weer opnieuw beginnen, zij het
dat een roker die eenmaal een stoppoging heeft gedaan, logischerwijs niet meer in de
fase van precontemplation kan komen; hij is niet meer 100% tevreden met zijn
rookgedrag. Het onderscheiden van diverse fases van stoppen met roken biedt de
mogelijkheid om interventies aan te passen aan het stadium waarin de roker casu quo
stopper verkeert.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's