Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 47
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
DE VRIJE UNIVERSITEIT IN EIGEN SPIEGEL 35
en Vollenhoven, beiden toen nog in actieve dienst, worden in dat ver-
band met name genoemd.
Roelink aarzelt niet ontvangen zegen concreet te benoemen, en wijst
ook de oorzaken aan: het geloof van de mannen en vrouwen die achter
de Vrije Universiteit staan. Wel beseft hij dat er afstand ligt tussen de
academische gemeenschap en het volk om haar heen. Bij de oprichting
van de universiteit werd veel gezongen en gebeden. Een dag later von-
den de feestelijkheden h u n afsluiting met een diner in kleinere kring.
Twee levensstijlen naast elkaar, toen reeds in 1880, en de verschillen
zijn sindsdien niet kleiner geworden. We staan niet meer zo dicht bij
elkaar als voorheen, waarschuwt Roelink; de oude gemoedelijkheid is
weg. Dan komt het er des te meer op aan, één te blijven in wat de twee
verenigt, de handhaving van de gereformeerde beginselen (142).
Zo bouwt ook Roelink zijn geschiedenis op rondom de twee hoofd-
punten van Woltjer en RuUmann: achterban en beginselen. De steun
van de aanhang is voor Roelink zo wezenlijk, dat de Vrije Universiteit
zich alles moet getroosten om die te behouden. Het middel dat hij zelf
daartoe aanwijst is het hoog houden van de beginselen. Wij mogen hier
dus van Roelink een krachtig en helder geluid verwachten. Krachtig is
het inderdaad ook wel. De vraag blijft of we vergeleken met de beide
voorgangers nu aan duidelijkheid hebben gewonnen.
Rullmann laat de voorgeschiedenis van de Vrije Universiteit begin-
nen bij de mannen van het réveil, Bilderdijk en Da Costa. Roelink gaat
terug naar de zestiende eeuw, want dan wordt het calvinisme geboren.
Herhaaldelijk grijpt hij op dat verre verleden terug om vergelijkingen te
trekken met de ontstaansgeschiedenis van de Vrije Universiteit. In beide
gevallen gaat het om calvinisten, en men dient oog te hebben voor de
historische samenhang tussen de verschillende levensfasen van h e t
Nederlandse calvinisme. Die term past Roelink derhalve ook op de Vrije
Universiteit toe. Hij onderkent dan ook dat de stellingen van 1895 de
gereformeerde beginselen willen vinden in het calvinisme. Hij ziet
eveneens dat Kuyper die beginselen wil ontwikkelen door studie van het
gehele corpus van calvinistische teksten en onderzoek van de calvinis-
tische levenspraktijk. Maar merkwaardig genoeg laat hij het daar verder
bij. Als hij de gebeurtenissen van het jaar 1895 eenmaal heeft behan-
deld, komt hij op de stellingen en hun mogelijke uitwerking niet meer
terug.
Bespreekt hij nadien in zijn boek de beginselen, dan lijkt hij die
meestal op te vatten in een andere zin. Toen in de jaren twintig de Vrije
Universiteit groeide, kwam het er op aan de gereformeerde beginselen te
handhaven. 'Die beginselen moesten beleden worden én door de acade-
mische gemeenschap én door het gereformeerde volk' (142). Maar is dat
nu wat de stellingen van 1895 bedoelden? Beginselen voor de rechts-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's