Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 138
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
126 S. STRIJBOS
toenemende mobiliteit zowel in het vracht- als het personenverkeer.
Verschillende factoren dragen ertoe bij dat er een legitieme wens bestaat
tot verbetering van de technologische infrastuctuur voor sneller vervoer
van meer mensen over grotere afstanden. Tegelijk wordt beseft dat reeds
bij de bestaande mobiliteit er ingrijpende maatregelen moeten worden
genomen om de schadelijke (milieu) effecten ervan te bestrijden, waar-
onder het terugdringen van de uitstoot van verbrandingsgassen. We
krijgen hier te maken met vragen die niet meer op individueel hande-
lingsniveau oplosbaar zijn, maar een benadering vereisen op beleids-
niveau en vanuit een dieper verstaan van de achtergronden van onze
cultuur (Van der Stoep 1995). Algemeen gesteld zou men kunnen
zeggen dat we in de technische samenleving met problemen te maken
krijgen waarvoor ons het theoretische instrumentarium ontbreekt en
derhalve is er de noodzaak van fundamenteel ethisch onderzoek op nog
goeddeels onontgonnen terrein. In dat opzicht verschilt ethische theorie-
vorming niet principieel, zo zou ik met Van der Wal (1993, 90) willen
zeggen, van andere terreinen van wetenschap. Een van de problemen
waarvoor we thans staan is inhoud te geven aan een ethische theorie
voor een veld van menselijk handelen dat zich niet laat herleiden tot
handelingen in de relaties tussen enkele subjecten, waarmee de ethiek
zich traditioneel heeft bezig gehouden (vgl. ook Strijbos 1996).
Wat moeten we ons nu precies voorstellen bij de hier gebezigde
termen 'collectief handelen' en 'collectieve handelingspraktijk'? Een
globale aanduiding zou kunnen luiden: collectief handelen is mense-
lijk handelen waarin op een of andere wijze het handelen van vele
individuele actoren op elkaar betrokken is. Deze omschrijving bevat twee
elementen. Collectief handelen is een samenstel en samenspel van het
handelen van vele individuele actoren. Maar de onderlinge betrekkin-
gen van de individuele actoren en de coƶrdinatie van hun handelen kan
nog van heel verschillende aard zijn. Hier is het voldoende om vast te
stellen dat collectief handelen voor de ethische theorievorming onder-
scheiden moet worden van individueel handelen. Collectief handelen
vormt een eigen veld van de ethiek. Het onderscheid tussen individueel
en collectief handelen kan ook worden benoemd met de termen
handelingen en reguleringen (Van Asperen 1981, 97). Het traditionele
werkterrein van de ethiek betreft reflectie op de argumenten die ons
leiden bij de besluitvorming over handelingen. Het gaat over de vraag:
"Wat zal ik doen in deze situatie, gegeven de wereld zoals die nu is." Bij
handelingsvragen moeten individuen een beslissing nemen binnen
een gegeven context. Bij regulerend handelen daarentegen heeft men te
maken met een bewuste creatie van de sociale context. Regulerings-
vragen komen dus aan de orde op momenten waarop er beslist moet
worden over de voorwaarden waaronder we in de toekomst handelings-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's