Medische psychologie - pagina 168
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
166 Lindeboom
verwardheid, spraakstoornissen en ernstig geheugenverlies. In de loop van een
maand knapte hij geleidelijk op, maar een neuroloog constateerde dat er nog
benoemingsstoornissen waren overgebleven, waarbij een gestoorde visuele
herkenning (agnosie) een rol leek te spelen. Een CT-scan toonde op dit moment geen
bijzonderheden, maar 10 maanden later zou een tweede scan enige atrofie laten zien
in de linker en rechter temporaalkwab, waar het semantisch geheugen vermoedelijk is
gelokaliseerd. De afwijkingen waren op zichzelf gering, maar duidelijk zichtbaar bij
vergelijking van de twee scans.
Zelf kwam ik pas een maand na zijn ontslag, via een poliklinische verwijzing, met Lex
in contact. Behalve dat zijn manier van spreken wat kortaf was, maakte hij op mij een
gezonde en adekwate indruk. Hij zei geen klachten te hebben, behalve dat hij wat
vergeetachtiger was dan tevoren. Bij het testen bleek hij inderdaad moeizaam in te
prenten, maar niet meer dan de gemiddelde patiƫnt met een zware hersenschudding.
Toen ik hem vervolgens een aantal onderdelen van intelligentietests voorlegde,
behaalde hij daar overwegend hooggemiddelde scores voor. Uitzonderingen waren
twee subtests van de Groninger intelligentietest, Woordopnoemen (waarin binnen een
beperkte tijd zoveel mogelijk dieren en beroepen moeten worden genoemd) en
Figuurontdekken (waarin vage afbeeldingen van objecten moeten worden herkend).
Bij de laatste test viel op dat hij al op relatief gemakkelijke items vreemde
benoemingen gaf, met name waar het dieren betrof; het konijn (voorbeelditem) werd
'een aap met een hoed op', de vis (nr.3) een vogel en het varken (nr.6) een koe. De
benoeming bleek echter niet minder afwijkend toen ik Lex meer realistische
afbeeldingen voorlegde. Gebruiksvoorwerpen werden voor het merendeel juist
benoemd, maar de namen van natuurlijke objecten zoals dieren en vruchten werden
stelselmatig verward. Een wesp werd benoemd als spin, een eekhoorn als kat, een
appel als sinaasappel en een aardbei als druif. Zulke fouten zijn gewoonlijk te wijten
aan een gestoorde woordvinding (semantische parafasie), maar Lex leek zich in het
geheel niet bewust het verschil tussen de bedoelde en door hem genoemde woorden,
en betoonde zich onverschillig als hij erop werd gewezen. Dat het niet alleen om een
benoemingsstoornis ging bleek ook uit het feit dat hij fout benoemde objecten soms
ook fout aanwees. Zo wees hij op een plaat met 15 viervoeters in plaats van een
neushoorn een hert aan, en in plaats van een kangoeroe een kameel. Deze fouten
waren niet toe te schrijven aan een algehele stoornis van taaibegrip, want in dat geval
is ook het begrip van grammaticale constructies slecht. Lex behaalde echter een
maximale score op de zogenaamde Token Test, waarmee afasie formeel was
uitgesloten.
Ten tijde van dit onderzoek (1979) was er nog maar weinig bekend over semantische
geheugenstoornissen, en was ook mijn indruk dat er sprake was van een atypische
vorm van visuele agnosie. Mijn uitgangspunt daarvoor was het idee dat visuele
herkenning - net als lezen - langs directe en indirecte weg kan plaatsvinden,
aangeduid als respectievelijk 'template matching' en 'feature analysis'.^ In het eerste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's