Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 27
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
HOE IS EEN UNIVERSITEIT AAN HET WOORD VAN GOD TE BINDEN? 15
herkennen de verwantschap met Justinus Martyr (gest. omstr. 165) die op
grond van dergelijke speculaties, aangaande heidense denkers schreef:
"Alles wat door hen gezegd is, voorzover het goed is, is van ons christe-
nen" (Apol. II, 13).
Al heeft deze traditie aangaande de Logos ook Gereformeerde theolo-
gen onder haar aanhangers gekend, ze kan bezwaarlijk specifiek 'Gere-
formeerd' heten. Sterker nog, H. Dooyeweerd heeft indertijd aangetoond
dat de uitzonderlijke plaats die de logostheorie aan het menselijke
denken toekent juist in strijd komt met de reformatorische opvatting aan-
gaande de radicale verdorvenheid van de mens (1939; evenzo Klapwijk,
1980, 135-136).
Samenvattend gezegd: de poging van Kuyper om op grondslag van de
Gereformeerde beginselen de Vrije Universiteit te binden aan het
'woord van God' was innerlijk tegenstrijdig. Het probleem van wat de
Gereformeerde beginselen precies omvatten daargelaten, kan gezegd
worden dat inzichten die onverdacht Gereformeerd mogen heten en
waarnaar Kuyper ook zelf verwijst, in het geheel niet stroken met zijn uit
geheel andere bron afkomstige visie op het 'woord van God'. Het kan dan
ook nauwelijks verwonderen dat in de jaren dertig juist over deze zaken
een strijd aan de Vrije Universiteit losbarstte, waarin men er niet zover
vandaan kwam dat de ene hoogleraar inderdaad tot leugen verklaarde
wat door de ander als waarheid werd aanbevolen (zie Dooyeweerd 1939,
199; 225; 230-233).
De omkering
Hoe staat het tegenwoordig met de identiteit van de Vrije Universiteit,
sinds in 1970/71 de grondslag van de Gereformeerde beginselen is
losgelaten en bewust is gekozen voor 'oecumenisering'? We kiezen als
piece de resistance de beschouwing die de voorzitter van het College van
Bestuur, H.J. Brinkman bij de opening van de cursus 1992-93 heeft
gegeven onder de titel 'Identiteit van de Vrije Universiteit'. Daarbij
behandelen we deze beschouwing als een poging tot rechtvaardiging
van een in feite reeds bestaande situatie, hetgeen naar mijn mening ook
strookt met de intentie van de spreker. Evenals bij de rede van Kuyper
kijken we eerst naar het onderscheidende aspect van de identiteit en
vervolgens naar het verenigende aspect.
Brinkman constateert met de postmoderne denker J.-F. Lyotard dat de
tijd voor 'grote verhalen' voorbij is. Een universiteitsbestuurder kan niet
meer in redelijkheid een beroep doen op: "... de Rede en de Feiten, op
de Natuur en de Openbaring, op de Schrift en de Scheppingsordening, of
op Beginselen, welke dan ook" (1992, 1). In de plaats daarvan zijn ge-
komen een menigte van 'kleine verhalen', waaronder Brinkman lijkt te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's