Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 49
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
DE VRIJE UNIVERSITEIT IN EIGEN SPIEGEL 37
komen de vragen aan de orde, die ook in de gedenkboeken steeds
doorklinken. Voor de vergelijking zullen wij ons daarom tot Wieringa's
bijdrage beperken.
Eén verschil springt dadelijk in het oog. De achterban speelt bij
Wieringa geen rol meer. De bezinning op doel en grondslag, die het
voornaamste onderwerp van zijn artikel vormt, vindt plaats in een
interne discussie. Ze wordt door externe factoren beïnvloed, maar dan
betreft het vooral ontwikkelingen in de cultuur van de tijd, die wel over
het gereformeerde erf heengaan, doch daar niet hun oorsprong hebben
gevonden. Van de achterban gaat geen stimulerende invloed op de
gedachtenwisseling uit, en we lezen ook niet dat hij er in wordt betrok-
ken. Het is een hoofdstuk over de moeiten van de wetenschappelijke staf,
die geen raad meer weet met de gereformeerde beginselen en dan
besluit ze niet langer te zoeken.
Een juiste beslissing, meent Wieringa. De stellingen van 1895 hadden
een doodlopende weg gewezen. Ze gingen uit van de gedachte, dat uit de
bijbel een wetenschappelijk stelsel viel af te leiden. Zij bevorderden
bovendien dat de universiteit specifiek gereformeerd bleef in de engere
kerkelijke zin. De geschiedenis van de Vrije Universiteit toont aan hoe-
zeer het te betreuren viel, 'dat het oorspronkelijk streven de universiteit op
een brede reformatorische basis te vestigen niet gelukt was' (22).
Om twee redenen ging de universiteit zich op haar grondslag bezin-
nen. De ene was de groei naar volledigheid. De Vrije Universiteit
omspande in de jaren zestig alle faculteiten. Ze moest nu geestverwanten
zien te vinden voor elke discipline. De andere was wat Wieringa noemt,
de toenemende pluriformiteit van de protestantse orthodoxie. Die stelde
vanzelf de vraag naar de grenzen aan de orde. Een verhouding tussen die
twee bepaalt Wieringa niet. Men kan enerzijds de groei als primair zien.
Elk vak dient nu gegeven te worden, en dan moet je in geval van nood
maar tevreden zijn met een geestverwant in wat ruimere zin. Geloof j e
dat de binding aan de grondslag in alle gevallen vereist blijft, dan zul je
genoegen hebben te n e m e n met een universiteit die zich in haar
taakvervulling laat beperken door de eis van dubbele kwalificatie.
Dat kan de reden zijn geweest, waarom sommigen zich met een
praktische verbreding verzoenden. Doorslaggevend is dat niet geweest.
Vanaf haar ontstaan had de Vrije Universiteit geleerd zich te behelpen:
een Fabius, die alle rechtswetenschappen doceerde, een Kuyper die
colleges gaf in de Nederlandse letterkunde, een Woltjer die optrad als
promotor voor Breens proefschrift over Pieter Cornelisz. Hooft. Of als die
oude voorbeelden geen bewijskracht zouden hebben voor latere tijden: de
in 1947 benoemde historicus Smitskamp, kenner vooral van de negen-
tiende eeuw, nam tentamens af aan studenten die het bijvak prehistorie
gekozen hadden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's