Medische psychologie - pagina 110
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
108 Bleiker en Van der Ploeg
(gevoelens worden ingehouden of onderdrukt), emotionele expressie-uit (het op
verbale of fysieke manier uiten van emoties naar anderen), en de controle van
emoties (gevoelens worden gecontroleerd). 'Extreem' uiten van emoties hebben we
gedefinieerd als 'een score boven of onder de 25% hoogst en laagst scorenden van
de totale onderzoeksgroep (n=9.705)'. De tussenin liggende 50% noemen we, in
navolging van Greer en Morris, de 'normale' groep. De patiënten uit het onderzoek
van Greer en IVIorris werden onderverdeeld naar de mate waarin zij (1) boosheid en
(2) gevoelens anders dan boosheid, onderdrukten of uitten. Om te onderzoeken in
hoeverre de resultaten van het Greer-onderzoek konden worden gerepliceerd, hebben
we een zelfde onderverdeling gemaakt tussen de subschalen over boosheid
(boosheid expressie-in, boosheid expressie-uit, controle van boosheid), en gevoelens
anders dan boosheid: angst en depressie. De resultaten van zowel de Greer-studie,
als onze studie zijn weergegeven in Tabel 1 (onderdrukken van boosheid) en Tabel 2
(onderdrukken van angst en depressie). In deze tabellen zijn de resultaten
gepresenteerd van de emotionele-expressie-in schaal (het inhouden of onderdrukken
van gevoelens).
Tabel 1
Een vergelijking van de resultaten van het onderzoek van Greer en Morris" en de resultaten
van ons onderzoek: onderdrukken van gevoelens van boosheid.
resultaten van Greer en Morris resultaten van onze studie
variabelen patiënten controles patiënten controles
n % n % n % n %
extreem onderdrukken 33 (47.8) 14 (15.4)*** 60 (45.8) 287 (37.2)
'normaal' 20 (29.0) 66 (72.5)*** 61 (46.6) 395 (51.2)
extreme expressie 14 (20.3) 9 (9.9)* 10 (7.6) 89 (11.5)
* het verschil tussen het percentage patiënten en controles is statistisch significant op p< .05
*** het verschil tussen het percentage patiënten en controles is statistisch significant op p<.0001
Tabel 1 laat zien dat van het Greer-onderzoek het percentage patiënten en controles
statistisch significant verschillen op zowel het extreem onderdrukken als het extreem
uiten van gevoelens van boosheid. In tegenstelling tot de patiënten groep (29%),
rapporteerden de meeste vrouwen uit de controlegroep (72,5%) 'normale' niveaus van
het uiten/ onderdrukken van emoties. De resultaten van ons onderzoek kunnen deze
verschillen niet ondersteunen: een vergelijkbaar aantal vrouwen met borstkanker als
gezonde vrouwen rapporteerden dat ze hun gevoelens van boosheid extreem
onderdrukten, 'normaal' uitten, of extreem uitten. Niet gerapporteerd in Tabel 1 is, dat
een zelfde resultaat werd gevonden bij de andere twee schalen die de expressie van
boosheid meten (expressie-uit en controle van boosheid)."^'^^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's