Medische psychologie - pagina 194
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
192 Chatrou
Diagnostiek
Het vaststellen van het rookgedrag gebeurt voornamelijk door middel van zelfrapportage-
lijsten: rokers moeten invullen hoeveel sigaretten (pijpen, sigaren) zij de afgelopen dag,
de afgelopen week en de afgelopen maand gerookt hebben. Het grootste probleem bij
deze methode is een onderrapportage van tabaksgebruik. Om dit te ondervangen wordt
In de literatuur steeds aanbevolen om de, veronderstelde te laag gerapporteerde,
consumptie van tabak te controleren middels objectieve metingen. Hiervoor zijn
verschillende biologische maten voorhanden. De meest eenvoudige, voor de roker minst
bedreigende, maar ook meest onbetrouwbare methode is het bepalen van het CO-
gehalte in de uitgeademde lucht. Nicotinederivaten kunnen bepaald worden in bloed en
speeksel; een betrouwbaardere methode. Cotinine wordt momenteel gezien als de beste
indicator, mits in het stoppen-met-rokenprogramma geen gebruik gemaakt wordt van
nicotinepreparaten (kauwgum, pleisters). Het bepalen van thiocyanaat werd in 1982 nog
als de beste methode gekenschetst, maar er is sindsdien zoveel kritiek op gekomen, dat
beter voor een andere methode gekozen kan worden.^ Ook bestaan er vragenlijsten die
de mate van verslaafdheid proberen te meten, zoals de lijst van Fagerström.^'
Verschillende lijsten zijn ontwikkeld om deelaspecten van het rookproces te meten (zoals
bijvoorbeeld het genot van de handeling van aansteken van een sigaret), maar worden
weinig gebruikt in onderzoek.
Interventies
Er bestaat een groot aanbod van verschillende stoppen-met-rokenstrategieën, variërend
van aandacht voor de psychologische processen tot kruidenelixers die de
ontwenningsverschijnselen zouden moeten voorkomen. De programma's zijn
hoofdzakelijk gericht op volwassen rokers die willen stoppen-met-roken en daartoe in hun
thuissituatie een poging ondernemen. We moeten wel bedenken dat de meeste ex-rokers
gestopt zijn op eigen kracht, zonder actief deel te nemen aan een stoppen-met-roken-
programma. Een groot Amerikaans onderzoek toonde aan dat ruim 90% van de stoppers
dat zonder hulp heeft gedaan.^^ Maar het is ook waar dat de meeste ex-rokers meerdere
pogingen ondernomen hebben voor ze succesvol waren en dat een roker die een
stoppoging doet zonder verdere hulp 14% kans heeft op succes.^^ De meeste stop-
programma's hebben gemeen dat er een stopdatum afgesproken wordt waarop de
stopper van het ene op het andere moment stopt met roken. Zo'n 'cold-turkey' stop-
methode heeft tot betere resultaten geleid dan heel geleidelijk afbouwen van het aantal
sigaretten tot nul. Gebleken is dat het minderen van het aantal sigaretten tot zo'n 5 tot
10 per dag nog wel gaat, maar dat het verder reduceren voor bijna iedereen een
onmogelijke opgave is. Het is dan ook aan te bevelen om de dag (of de nacht) vóór de
afgesproken stopdatum de laatste sigaret te roken, alle nog resterende rookwaar en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's