Medische psychologie - pagina 86
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
84 Aaronson
serieus nemen. Het feit dat mijn grootmoeder dat niet deed, had meer te maken met haar
begrip voor mijn leeftijd dan met wat dan ook.
Ook in een medische situatie kan de vraag "Hoe gaat het met u?" welgemeend en zinvol
zijn. Dikwijls is het de eerste vraag die een arts stelt in de spreekkamer en het is tevens
een informeel verzoek aan de patiënt om over z'n gezondheid te praten. Bijvoorbeeld om
te weten te komen of de pijn sinds de laatste afspraak is verergerd of juist minder is
geworden. Tegelijkertijd kan de patiënt zich onzeker voelen over de spelregels. Is het wel
gepast om over gevoelens te praten of over de invloed van gezondheidsproblemen op
het werk of op het gezinsleven? Dit gevoel van onzekerheid kan ook bij de arts leven. Wil
ik wel weten of de patiënt zich depressief voelt? Moet ik hem vragen of de behandeling
de relatie met z'n vrouw beïnvloedt? Gewoonlijk komen dit soort kwesties impliciet aan
de orde en vaak zonder dat patiënt en arts zich ervan bewust zijn hoe ze de grenzen
bepalen van hun communicatie.
In klinisch onderzoek kan men het zich echter niet permitteren om zo nonchalant om te
gaan met de spelregels. Om het effect van een behandeling daadwerkelijk te kunnen
beoordelen, moeten we duidelijk aangeven wat wij als de belangrijkste uitkomsten
beschouwen. In de klinische oncologie zijn dit van oudsher objectieve resultaten, zoals
tumorrespons, ziektevrije overlevingsduur en totale overlevingsduur. Met andere
woorden, de vraag "Hoe gaat het met u?" wordt meestal gesteld vanuit een puur
biologische invalshoek.
In de loop van de afgelopen decennia echter, heeft men in toenemende mate ingezien
dat deze traditionele kenmerken van therapeutisch succes vaak onvoldoende zijn om het
effect van kankerbehandeling te meten. Dat het toepasselijk, zo niet essentieel is om
onze aandacht te verbreden en op een systematische wijze na te gaan in hoeverre
kanker en kankerbehandeling invloed hebben op de kwaliteit van leven van de patiënt.
Wat ligt er ten grondslag aan deze verschuiving van aandachtspunten? Voor een deel
heeft het te maken met het feit dat in onze moderne samenleving steeds meer chronische
aandoeningen voorkomen. In tegenstelling tot infectieziekten, waar genezing vaak een
haalbaar doel van de behandeling is, moeten bij chronische ziekten zowel de patiënt als
de arts hun verwachtingen minder hoog stellen. Hoewel het vaak mogelijk is het
ziekteproces te vertragen, moet de patiënt in veel gevallen leren zich aan te passen aan
langdurige beperkingen in zijn of haar functioneren. De behandeling zal zich hier primair
moeten richten op symptoombestrijding en het zoveel mogelijk beperken van de invloed
van de ziekte op het lichamelijk en psychosociaal functioneren van de patiënt.
In de oncologie geldt dat, afhankelijk van welke schatting men gelooft, tussen de 35 en
50 procent van de patiënten met kanker genezen kan worden. Voor de overige patiënten
is de behandeling palliatief. De term "paliiatie" wordt gebruikt voor zowel controle van de
tumorgroei en dus verlenging van de levensduur, als voor symptoombestrijding. In het
eerste geval is het belangrijk om elke winst in levensjaren af te wegen tegen de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's