Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 30
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
18 R. FERNHOUT
Nu zou men in abstracto kunnen verwachten dat waar de onderschei-
dende functie van de doelstelling wegvalt, toch de verenigende functie
gehandhaafd blijft. Het betoog van Brinkman tendeert ook in deze
richting: het christelijke commitment is immers het bijzondere, dat de
leden van de universitaire gemeenschap van de Vrije Universiteit ver-
enigt. Zo'n commitment kan echter, in de visie van Brinkman, moeilijk
van boven worden opgelegd en zeker niet door een universiteit die geen
'groot verhaal' mag kennen. Wat zo'n universiteit wel kan doen is een
optimale ruimte bieden voor het opbloeien en doorgeven van kleine ver-
halen. Zulke verhalen hoeven niet, maar kunnen ook betrekking hebben
op het christelijk geloof. Daarom adviseert Brinkman de universitaire
gemeenschap: "Laten we goed luisteren naar hen onder ons die actief
meedoen in de christelijke vertelgemeenschap van geloofsverhalen"
(1992, 8). Ook de spanning die er kan ontstaan tussen christelijk geloof
en het bedrijven van wetenschap, dient volgens Brinkman in het
verhaalcircuit aan de orde te komen. Haar plaats van behandeling is
gelegen "in onderling academisch verkeer en zonodig in onderlinge
ondersteuning". Dit dient vooral in de faculteiten te geschieden, terwijl
het Bezinningscentrum een platform biedt voor meer algemene dis-
cussie (1992, 4).
Bij het vertellen van verhalen dient men censuur vooraf te vermijden.
Het spel moet volgens Brinkman "open" zijn: "iedereen mag meedoen
in selectie en bedenken" (1992, 1). Binnen het verhaalcircuit moet niet
de sfeer heersen van het "of-of, maar van het "en-en" (1992, 2). Uiter-
aard moet dan wel de vraag rijzen hoe nog waargemaakt kan worden
wat Brinkman zelf stipuleert: "...het is niet 'anything goes' wat kleine
verhalen betreft, zeker niet voor kleine verhalen over de identiteit van de
Vrije Universiteit" (1992, 2). Deze vraag wordt niet uitdrukkelijk beant-
woord, maar wie tussen de regels doorleest kan naar mijn mening
zonder veel moeite het antwoord ontdekken. Ook in het verhaalcircuit
treedt een extern (d.w.z. door de Vrije Universiteit als organisatie)
aangestuurde'^ zelfregulatie op. In hoor en wederhoor, verhaal en tegen-
verhaal, wordt als 'vanzelf' wel uitgescheiden wat écht niet meer kan.
Ieder mag zijn verhaal vertellen, maar niet elk verhaal zal aanvaardbaar
blijken.
Het betoog van Brinkman blijkt het volstrekt omgekeerde op te leveren
van wat Kuyper indertijd in zijn rede voor ogen stond. Vond Kuyper de
'algemene Schriftformule' nog te weinig onderscheidend, thans beperkt
het eigene van de Vrije Universiteit zich tot een 'christelijk commit-
ment'. Wenste Kuyper, mede met het oog op het onderwijs, eenstemmig-
heid van beginselen aan de Vrije Universiteit, thans wordt een cultuur
van het "en-en" gepropageerd. Vond Kuyper dat de docent die zich niet
meer met de beginselen kon verenigen afscheid moest nemen, thans
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's