Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 146
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
134 S. STRIJBOS
bedrieglijke schijn is. Er is in feite sprake van de alles overheersende
aanwezigheid van het meest succesvolle geloof dat tot nu toe heeft
bestaan. Het geloof in wetenschap en de droom van een door de mens
geschapen technische wereld oefent (nog steeds) een enorme aantrek-
kingskracht uit, ook onder jongeren. Het valt me telkens weer op dat de
studenten in de discussies over AI zonder enige scepsis de gedachten de
vrije loop laten over bijvoorbeeld de mogelijkheid van buitenaardse
vormen van leven en intelligentie (Mars). Onbekommerd wordt er over
gespeculeerd dat de computertechniek ons een sleutel verschaft tot
andere werelden van leven (Artificial Life) en intelligentie (AI). De ons
in de ervaring vertrouwde wereld is niet de enige, er zijn meer moge-
lijke werelden. Die gedachte blijkt mensen mateloos te kunnen boeien.
Met behulp van de computertechniek 'speelt' men met een zelf gecre-
ëerde werkelijkheid. En men houdt niet zelden de simulaties op de
computer voor even echt als de echte werkelijkheid. De grenzen tussen
wat artificieel is en natuurlijk lijken niet scherp meer getrokken te
kunnen worden.
Als docent loop ik, als ik het goed zie, hier in het onderwijs aan tegen
een virulent wetenschapsgeloof, een naturalistische en technicistische
wereldbeschouwing. En met het zwakker worden van het christelijk
scheppingsgeloof lijkt het erop dat er nauwelijks meer doorheen is te
breken. Met opzet zeg ik; lijkt, want het besef blijft latent aanwezig dat het
kunstmatige een reductie is. Een student drukte dat tijdens een college
eens zo uit: van het brood datje in de virtuele wereld kunt bakken kan ik
niet leven. En precies hier zie ik een aanknopingspunt om het onge-
schokte wetenschapsgeloof via een omweg te gaan ondergraven. Men
zou namelijk de vraag kunnen opwerpen—wat in het betreffende geval
ook gebeurde—of het dan voor de praktijk niet buitengewoon riskant is
als in het denken de grenzen tussen de virtuele, artificiële wereld en de
gewone wereld vervagen. Daarmee krijgt de discussie een wending
naar de maatschappelijke gevolgen van informatica en AI. Zelfs de
meest optimistische aanhanger van AI blijkt dan in de regel ontvanke-
lijk te zijn voor een hernieuwde kritische oriëntatie op het vak waarin hij
zich wil bekwamen.
Me dunkt, hier ligt een uitdaging voor een docent aan de Vrije
Universiteit om de betekenis van het christelijk scheppingsgeloof
duidelijk te maken. Ik laat het van de omstandigheden vaak afhangen
hoe ik dit soort zaken naar voren breng. Voor mij persoonlijk is de grens
bereikt wanneer de studenten beginnen te gapen. Dan wacht ik maar
weer op mijn volgende kans. Wie meer wil, overschat, vrees ik, de
huidige mogelijkheden, althans die van de individuele docent. Wie
minder doet, verzuimt zijn plicht tegenover zijn studenten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's