Medische psychologie - pagina 78
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
76 Kuiper
worden in totaal meer dan 20 verschillende factoren genoemd die het
behandelingsresultaat met name negatief zouden beïnvloeden.^^ ^'''' Geen ervan blijkt
pregnant op de voorgrond te staan, noch een absolute contra-indicatie te zijn voor de
behandeling. De meest frequent genoemde factoren zijn: secundaire transseksualiteit
(dat betekent, eerste manifestatie van het genderconflict op latere leeftijd; in ieder
geval na de lagere school); leeftijd boven de 30 jaar bij aanvang van de behandeling;
inadequate steun van de familie zowel voor als tijdens de behandeling;
heteroseksuele ervaringen voor de behandeling (dat wil zeggen, seksuele contacten
met personen van het andere biologische geslacht) en persoonlijkheidsproblematiek
(met name borderline stoornissen).
Recent is de eerste fase van een grootschalig prospectief onderzoek in Nederland
afgerond naar predictoren van postoperatief succes."^ In de periode juli 1991 tot
januari 1996 werden alle personen, die zich aanmeldden bij het VU ziekenhuis en bij
het Academisch Ziekenhuis Utrecht met een wens een geslachtsaanpassende
behandeling te ondergaan, gevraagd aan de studie deel te nemen. Slechts twee van
hen weigerden hun medewerking te verlenen. Van in totaal 225 mannen en 108
vrouwen werden, naast de anamnestische gegevens, onderzoeksdata verzameld door
middel van semi-gestructureerde interviews en vragenlijsten. Na de diagnostische
fase werden 140 mannen (62% van de aangemelde mannen) en 74 vrouwen (69%
van de aangemelde vrouwen) tot de geslachtsaanpassende behandeling toegelaten.
Eén jaar na de start met de 'real-life test'-fase en één jaar postoperatief werden
vervolgens bij deze twee groepen aanvullende onderzoeksgegevens verzameld. De
voor deze studie verantwoordelijke onderzoeker was niet betrokken bij de
hulpverlening.
De eerste voorlopige analyses onder 47 man-vrouw transseksuelen en 35 vrouw-man
transseksuelen die zich in de postoperatieve meting bevonden, leverden nog geen
concrete aanwijzingen op voor factoren die voorafgaand aan de
geslachtsaanpassende behandeling een voorspelling kunnen doen over postoperatief
succes of mislukking. De voornaamste reden hiervoor is het feit dat de onderzochte
groep haast unaniem positief oordeelt over de bereikte resultaten. Van mislukking is
geen sprake. Toekomstige analyses waarbij ook personen zijn betrokken die de
geslachtsaanpassende behandeling nu met aanzienlijke vertraging en/of problemen
doorlopen, zullen waarschijnlijk meer licht kunnen werpen op prospectieve factoren.
Conclusie
De geslachtsaanpassende behandeling is therapeutisch effectief, maar zeker geen
wondermiddel.' De vermindering van de genderproblemen leidt niet automatisch tot
een gelukkig en zorgeloos bestaan. Integendeel, het proces van geslachtsaanpassing
kost veel inzet, energie en emoties, en kan op zich tot nieuwe problemen leiden. Mede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's