Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 41
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
DE VRIJE UNIVERSITEIT IN EIGEN SPIEGEL 29
de duidelijkheid niet mag ontbreken. Rullmanns verdere verhaal kan
ons overigens de indruk geven, dat het vraagstuk althans in principe was
opgelost. De kerkhistoricus Rutgers gaf in 1899 weliswaar toe dat de
andere faculteiten de gereformeerde beginselen nog niet hadden aan-
gewezen. Maar hij zag toch voldoende klaarheid om te kunnen zeggen
dat een hoogleraar in de medische faculteit, 'een bekwaam chirurg' bij
voorbeeld, zich een afwijkende mening over de beginselen van het
gereformeerde kerkrecht zou kunnen veroorloven (196).
Voor de rechten en de letteren zag Rutgers weinig speelruimte.
Gezien het uitgangspunt van 1895 ligt het ook voor de hand, dat de een-
heid voorop zou moeten staan, daar allen immers uit dezelfde bronnen
moesten putten. De medicus Van der Horst verklaarde bij zijn ambtsaan-
vaarding in 1928 dan ook, dat de zoektocht naar de beginselen voor zijn
vak - d e psychiatrie- zeker zou slagen als aansluiting gezocht werd bij de
uitwerking die de classicus Woltjer en de theoloog Bavinck reeds aan de
beginselen van de psychologie hadden gegeven (175).
Het was dus ernst, constateert Rullmann met grote voldoening. Een
commissie ingesteld door directeuren en curatoren had in 1927 welis-
waar moeten vast stellen, dat de beginselen nog niet gevonden waren,
maar dat ontmoedigde in elk geval Rullmann niet. De opgave was in
zijn ogen goed uitvoerbaar, en zoals hij haar voorstelt is ze ook niet zo
ingewikkeld. De Vrije Universiteit is de belichaming van een levens-
beginsel, namelijk de volstrekte onderwerping aan het Woord Gods in
elke levenskring. Dat Woord leert ons, 'wat we noodig hebben tot recht
verstand van de natuur; wie het middelpunt is van de geschiedenis;
welke betekenis het leven heeft; op welken grondslag het recht der
overheid steunt' (201).
Maar wie deze lessen in 1930 het neerschrijven waard acht, toont dat
de Vrije Universiteit sinds 1895 geen stap vooruit is gekomen. Voor het
antwoord op de vraag wie het middelpunt van de geschiedenis genoemd
moet worden is niet veel studie nodig, maar daarmee is dan ook geen
enkel praktisch probleem van geschiedschrijving opgelost. De andere
lessen zijn niet van beter gehalte, en de toen nog gloednieuwe faculteit
van de wis- en natuurkunde zou met de stelling over het recht verstand
van de natuur in deze simpele vorm geen raad weten. Rullmann
handhaaft de verbinding tussen geloof en wetenschap, die in Woltjers
rede van 1905 centraal staat, maar brengt de gedachtenwisseling niet
verder, en verheft haar zeker niet op een hoger plan.
Wel doet hij tenminste mededeling van Kuypers voorstellen uit 1895.
Ook schemert in de tekst nu en dan door, dat dit stuk een program-
matische betekenis had. Het gaf voor de Vrije Universiteit uitvoering aan
Kuypers vaste voornemen, 'het Calvinisme te redden van den dood, en
weer met eere te doen bloeien' (218): zo formuleerde hij Nederlands
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's