Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 43
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
DE VRIJE UNIVERSITEIT IN EIGEN SPIEGEL 31
in 1928 rapporteerde. Zij verklaarde dat kerkelijke leeruitspraken, zoals
gedaan door de gereformeerde synode van Assen, geen bindende kracht
hadden voor de Vrije Universiteit. Wel diende ieder onvoorwaardelijk
alles te aanvaarden wat de Schrift meedeelt of leert. Niemand mocht dan
ook bestanddelen van het heilige geschiedverhaal in twijfel trekken
'zonder het aanvoeren van deugdelijke, met het schriftgezag bestaanbare
gronden' (198). Het was een vernuftige vondst. Wie wilde kon het stuk
uitleggen als bevestiging van de synode-uitspraken. Wie de Asser beslui-
ten afwees, kon zich met de commissie toch verenigen als hij maar
volhield dat zijn twijfel steunde op zodanig deugdelijke gronden, dat ze
met het schriftgezag bestaanbaar waren. Wilde men met behulp van het
commissie-oordeel de geesten beproeven, dan zou ieder die zich op de
uitzonderingsbepaling beriep, de deugdelijkheid van de door hem
aangevoerde gronden ter toets moeten stellen.
Of zulk beleid in 1928 gelukkige uitkomsten zou hebben gegeven is de
vraag niet. De kwestie wordt niet beslist door onze inschatting van de
vermoedelijke keus die door senaat of curatoren gemaakt zou zijn. Waar
het op aankomt is of men consequenties wil verbinden aan uitspraken
die men eerst zelf gedaan heeft. Wie meent het oordeel aan ieder
persoonlijk over te moeten laten, kan wijzer handelen dan wie een
beslissing forceert. Maar dan kan hij zijn wijsheid het beste vooraf laten
blijken door te weigeren een uitspraak te doen. Wie wel zijn opinie over
de zaak ten beste geeft, en vervolgens weigert daar consequenties uit te
trekken, wekt de indruk alleen te streven naar een uitwendig effect. Kool
en geit zijn hem even lief, dus ontziet hij de vleeseters met zijn plechtige
verklaring, en de kooleters in de uitblijvende gevolgen. 'Het resultaat was
zeer bevredigend', concludeert Rullmann; de mensen konden naar huis
gaan met de gedachte: 'het sein staat op veilig' (73). Hebben ze dat
geloofd, dan was de betekenis van het gebeurde hun ontgaan. De Vrije
Universiteit had besloten dat in dit geval de uitleg van de grondslag-
bepalingen in ieders persoonlijke vrijheid stond. Ze had nog niet geleerd
de woorden pluralisme en pluraliteit te spellen. Met de vragen die deze
woorden oproepen werd ze echter onwetend reeds geconfronteerd.
Dan was er nog de kwestie Saul en David. Rullmann onderstelt de
affaire bij zijn lezers bekend en geeft dus geen uitleg. Wel citeert hij
uitvoerig de bezwerende woorden van Colijn in de jaarvergadering van
1925: 'laat ons niet voorbijzien, dat studenten jongens zijn; onze eigen
jongens; kinderen uit onze gezinnen, die van de universiteit meebren-
gen wat wij hen hebben aangebracht' (71). De toon leek niet erg geschikt
om studenten te overtuigen. Colijns woorden waren geadresseerd aan de
achterban, en zo gezien was zijn oproep geslaagd. Er lag ook wel degelijk
een keuze in opgesloten: gun een ander de ruimte, die je zelf niet nodig
hebt. Misschien was dat doel het snelst bereikbaar door middel van vals
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's