Medische psychologie - pagina 272
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
270 Collette en Wellen
is intensief bij dit ondenwijs betroi<l<en. In de predoctorale fase van het curriculum wordt
in samenwerking met de vakgroep huisarts-, verpleeghuis-, en sociale geneeskunde
gewerkt aan communicatieve vaardigheden in de daartoe ontwikkelde practica
'Communicatievaardigheden' (zie het hoofdstuk van Batelaan). Dit behelst meer dan het
aanleren van gespreksvaardigheden. Het gaat hierbij evenzeer om het zich bewust worden
van de eigen attitude en de consequenties van de eigen attitude voor het dagelijks
medisch handelen. Het onderwijs op het gebied van communicatievaardigheden en
professionele attitude wordt voortgezet In de voorbereiding van de co-schappen (ALCO-I -
het programmaonderdeel Anamnese en Gesprekstechnieken). Een jaar nadien, tijdens
ALCO-11, zijn enkele dagdelen gewijd aan reflectie op het eigen handelen en de daaraan
ten grondslag liggende attitude. De ervaringen in het eerste jaar als co-assIstent zijn
daarbij uitgangspunt. Bovendien worden in ALCO-I I gespreksvaardigheden geoefend voor
de resterende co-schappen, zoals het anamnesegesprek kindergeneeskunde en
psychiatrie en het gesprek in verschillende soclaalgeneeskundige settingen.
Vanaf dat moment, dus na ALCO-II, werden tot voor kort de bijna-artsen en de artsen-in-
opleldlng in dit opzicht aan hun lot overgelaten. Problemen in de klinische en poliklinische
zorg voor patiënten met somatische aandoeningen waarvoor een beroep wordt gedaan
op de afdeling medische psychologie laten echter zien dat een vervolg op bovengeschetst
ondenwijs noodzakelijk is. Deze problemen vertonen namelijk regelmatig een duidelijke
samenhang met een gebrekkige arts-patiëntcommunicatle. Ter Illustratie hiervan worden
hieronder enkele patiënten beschreven waarbij de afdeling medische psychologie werd
betrokken. Wij denken dat onze afdeling wellicht niet In consult geroepen had hoeven te
worden, wanneer artsen beter waren getraind op het gebied van communicatie en attitude.
Medebehandeling door de medisch psycholoog kan noodzakelijk zijn, maar soms doen
wij werk dat ook door artsen had kunnen worden gedaan.
Patiënt A.
Een vrouw van 26jaar wordt kort na de bevalling van baareerste kind plotseling zeer ziek.
Een ziekenhuisopname is geïndiceerd, waarna een lange reeks onderzoeken volgt. De
uiteindelijke diagnose is SLE (systemische lupus erythematosus). Inmiddels zijn echter
de nieren zodanig aangetast dat patiënte aangewezen is op nierdialyse. Bij het ontslag,
na ongeveer 10 weken, is patiënte inmiddels overgegaan op peritoneale dialyse. De
afdeling medische psychologie werd reeds tijdens opname in consult geroepen, daar
patiënte claimend, aandachtvragend gedrag vertoonde. Zij zou niet meer willen leven. Op
zich betrof het een goede verwijzing naar onze afdeling. Echter, er was ook een conflict
met de behandelaars. Patiënte voelde zich afgedaan als dwingeland. Nadat de diagnose
was gesteld, schonken de artsen en verpleegkundigen aanzienlijk minder aandacht aan
haar. Het medisch probleem was opgelost. De verwerking van het moeten leren leven met
de aandoening SLE en de consequenties daarvan, met name het veranderde,
ingekrompen toekomstperspectief, na de opluchting een en ander overleefd te hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's