Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 63
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
DE v u ; GEVANGENE VAN EEN POSITIVISTISCH WETENSCHAPSIDEAAL 51
De beroving van de Christenen
De ontmoeting van het Joodse openbaringsgeloof en het christelijke
openbaringsgeloof met de Griekse rationaliteitstraditie heeft nooit het
karakter van een echte 'ontmoeting' en een 'dialoog' gehad, maar heeft
zich altijd als een 'een-richtings-verkeer' voltrokken. Van overname van
Joodse en christelijke geloofsovertuigingen door pagane filosofen is
nergens ontwijfelbaar sprake (vgl. Bos 1996, 9 e.v.). Ontlening in de
tegenovergestelde richting is diepgaand en ingrijpend geweest. Zozeer
dat A. von Harnack naast de 'acute hellenisering van het christendom'
waarmee hij de gnostiek typeerde, een 'langzame hellenisering van het
christendom' in de orthodox christelijke theologie signaleerde.
Daarbij is van groot belang op te merken dat de Vaders van de vroeg-
christelijke kerk zoveel heil zagen in de Griekse filosofie en met name
in het platonisme, omdat die filosofie nooit atheïstisch en anti-religieus
geweest was, maar uitsluitend anti-mythisch. Heel de traditie van de
laat-Griekse filosofie is ook uitdrukking van het besef dat de werkelijk
belangrijke kennis altijd de kennis is 'from a God's eye point of view , het
omvattende zicht dat leidt tot kennis van de Oorsprong. Heel anders dan
de moderne filosofie a la Bertrand Russell was de antieke filosofie
overwegend een 'filosofie van het Transcendente', die trachtte de mens
uit zijn positivistische 'Grot-ervaring' te verheffen tot een zicht op oor-
sprong en doel en zin van het menselijk bestaan, vanuit de vooronder-
stelling dat een herinnering daarvan in ieder mens te wekken is.
Daardoor konden Joodse en christelijke auteurs er toe komen, te menen
dat een bondgenootschap met de pagaan-filosofische traditie een twee-
voudig snoer zou opleveren dat niet spoedig verbroken zou worden.
Voor Joodse auteurs als Aristobulus (2e eeuw voor Christus) en Philo
van Alexandrië (20 voor Chr. tot 40 na Christus) en voor de christelijke
auteurs na hen heeft de waarheidsclaim van de Griekse filosofie daarom
niet fundamenteel ter discussie gestaan. Vandaar dat zij, als gelovige
j o d e n en gelovige christenen, tot de conclusie kwamen dat hun alge-
meen, ongetwijfeld openbaringsgeloof niet in strijd maar geheel in
overeenstemming moest zijn met de waarheid van de filosofie.
Van 'hellenisering' van het joodse geloof en het christelijke evangelie
is metterdaad sprake, inzoverre de geopenbaarde waarheid van de Hei-
lige Schrift voorgesteld gaat worden als wijsheidsleer en ontologie in de
verpakking van een niet-wijsgerige presentatie. Met behulp van de uitleg-
methode van de allegorese pretendeerde men de 'verborgen filosofie' uit
de geopenbaarde leer te openbaren. En de schade van de onthistorisering
en de ont-anthropomorfisering van de bijbelse verkondiging heeft men
als winst voorgesteld. De theologen gingen voorop in hun aanpassing
van de goddelijke openbaring aan een traditie van filosofische pseudo-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's