Medische psychologie - pagina 198
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
196 Chatrou
stopdatum niet altijd mogelijk, omdat de patiënt niet in staat is om zich naar een
rokershoek te begeven of omdat hij met de komst in het ziekenhuis, onmiddellijk en
gedwongen is gestopt met roken. Het is bijzonder aan te bevelen, om juist dan toch de
ideeën over het niet meer roken te bespreken en retrospectief een stopdatum vast te
stellen. Het kan de kans vergroten dat de patiënt na ontslag uit het ziekenhuis als een
niet-roker verder door het leven gaat.
Hulpmiddelen
Voor de patiënt zijn inmiddels vele folders en boekjes verkrijgbaar, die systematisch
aangeven wat de beste strategieën zijn om een stoppoging voor te bereiden en hoe de
eerste dagen na een stopdatum door te komen. Behalve ondersteunend leesmateriaal,
kunnen ook nicotine-vervangers verstrekt worden. Het is aan te bevelen om dat alleen
te doen bij duidelijke nicotine-afhankelijkheid, met een goede instructie (met name bij
nicotinekauwgom) en in combinatie met verdere begeleiding.
Voor de arts zijn er ook hulpmiddelen ontwikkeld. In de huisartsenpraktijk wordt gewerkt
met interventiekaarten, zodat nauwkeurige follow-up kan gebeuren. Het protocol dat door
Mudde etal.^^ is ontwikkeld is samengevat in een stroomdiagram en kan behulpzaam zijn
in de beginfase van het systematisch interveniëren bij rokers. Verder zijn er diverse
posters beschikbaar die de patiënt wijzen op de ondersteuning van de arts bij
stoppogingen.
Nazorg
Als patiënten gedurende tenminste 3 maanden gevolgd worden door de arts, is de kans
dat ze hun stoppoging volhouden groter. Uit diverse onderzoeken met telefonische
follow-ups door verpleegkundigen blijkt het effect van nazorg.^* Zolang de patiënt nog in
het ziekenhuis ligt is het eenvoudig om navraag te doen en te belonen voor het
volhouden van het niet roken. Na ontslag is het zinvol dat bij elk vervolgconsult
stilgestaan wordt bij het (niet meer) roken.
Hoewel er niet één programma als het 'beste' aangeduid kan worden, lijken klinische
programma's met veel contact tussen stopper en therapeut het meest succesvol (maar
niet meer efficiënt). Daarnaast heeft meta-analyse aangetoond dat programma's waarin
gebruik gemaakt werd van nicotinekauwgum succesvoller bleken dan programma's
zonder nicotinekauwgum.^^ De recente ontwikkeling van nicotinepleisters, waarbij de
stopper een pleister opplakt en de nicotine heel geleidelijk vrijkomt (in tegenstelling tot
de kauwgum), lijken ook succesvolier te zijn dan therapieën zonder gebruikmaking van
nicotinepleisters.'"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's