Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 118
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
106 C. VAN D E R K O O I
mededeling van waarheden. Ook is openbaring niet zonder meer te
omschrijven als mededeling van leven. Openbaring wordt in deze
geschiedenis positief waarneembaar als een beweging waarin God de
mens nabijkomt. Tegelijkertijd is in het werkwoord 'komen' uitgedrukt
dat het subject van dit komen niet gefixeerd kan worden. Hij die komt en
die zich in dit komen laat kennen, wordt niet volledig onthuld. In deze
ervaring ontwaart Petrus de heiligheid van de heerlijkheid Gods.
Anders gezegd, in het komen van God tot de mens wordt de diepte van
Gods heiligheid niet opgeheven, maar juist onthuld. Hij is onttrokken
aan elke menselijke greep.
Een tweede moment is dat in dit komen ook iets met de mens gebeurt.
Er treedt een verstoring op van wat normaal is. Normaal is dat er overdag
in diep water geen vis te vangen is. Daarmee is Petrus bekend en daar-
mee weet hij om te gaan. Maar in het woord van Jezus en de overweldi-
gende vangst treedt hem iets tegemoet dat hem niet bekend is en
waarmee hij niet kan omgaan. Hij raakt van zijn stuk. De waarneming
van de majesteit Gods brengt bij Petrus een nieuwe zelfkwalificatie tot
stand. In het licht van dit gebeuren weet hij zich gekwalificeerd als een
zondig mens. Waar de heiligheid van God onthuld wordt, wordt in
dezelfde beweging het verschil tussen God en mens en de onheiligheid
van de mens onthuld. Van die feitelijke distantie getuigen dan ook de
woorden: "Ga uit van mij".
De laatste scene in het bedrijf is beslissend. De erkenning van de afstand
tussen God en mens, de erkenning van de onvanzelfsprekendheid van
hun verhouding en het buigen onder het oordeel dat zich in de ont-
moeting voltrekt, is niet het laatste. De majesteit van God heeft niet als
effect dat God nu voortaan enkel in oneindige verte verdwijnt. Het
komen van God blijkt ten dienste te staan van zending en roeping. De
afstand die een implicatie is van Gods openbaring, wordt nog eens
doorbroken door een woord en bevel waardoor Jezus Petrus aanspreekt en
hem weer naar zich toetrekt: "Wees niet bevreesd, van nu aan zult gij
mensen vangen." (vs 1) In het woord "wees niet bevreesd", geeft Jezus
aan Petrus als het ware weer een plaats of plek in zijn nabijheid, een huis
om te wonen. Daarmee preludeert deze geschiedenis op de geschiedenis
van kruis en opstanding. De vervreemding, de afstand zijn in Gods
oordeel niet het laatste. Ergens vindt een omkering plaats. God handelt zo
dat Hij de mens betrekt in een nieuwe levensgemeenschap. Geloof is
zich door het woord, dat die gemeenschap sticht, laten gezeggen. En wie
zich door dit woord laat gezeggen, is daarmee al een onderdeel gewor-
den van de beweging van God uit naar de wereld, van de 'missio Dei'.
Deze geschiedenis spreekt van het komen Gods tot de wereld, en hoe
mensen in dit komen, huns ondanks, in dienst worden genomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's