Medische psychologie - pagina 74
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
72 Kuiper
Ten vijfde, is er sprake van ruime variatie in de tijd die is verstreken tussen de studie
en het moment dat de onderzochte personen zijn gestart met de behandeling. De
gemiddelde tijdsintervallen lopen uiteen van 2.0 tot 12.0 jaar.
Ten zesde, worden de meeste studies uit de jaren '60 en '70 op een weinig adequate
of volledige manier beschreven. Hierdoor blijft onbekend wat, om welke reden, op
welke manier en op welk moment is gemeten. Bovendien overlappen populaties
elkaar soms in verschillende studies van dezelfde auteur(s).^^'^"" Door deze overlap is
het volgens Pfafflin en Junge onmogelijk een exacte uitspraak te doen over het totaal
aantal personen dat zich in alle studies tezamen bevindt. Ruwweg zou het gaan om
500-700 personen.
Resultaten effectonderzoeken
De follow-upstudies leveren een heterogene hoeveelheid data op over vijf
verschillende gebieden: de emotionele/affectieve toestand, de sociale situatie, het
psychisch functioneren, de fysieke status en het seksueel functioneren. Gegeven
deze heterogeniteit, is het opmerkelijk dat de auteurs praktisch eensluidend zijn in hun
conclusie dat de geslachtsaanpassende behandeling een werkzame en effectieve
methode is. Pfafflin en Junge concluderen dat positieve uitkomsten de overhand
hebben over de negatieve, en dat de resultaten over het geheel genomen bij de
vrouw-man transseksuelen beter zijn dan bij de man-vrouw transseksuelen."
Veruit de belangrijkste positieve bevinding is de toename in subjectief welbevinden
(casu quo de afname van genderdysforie). Ruim driekwart van de behandelde
personen voelt zich gelukkiger, voelt zich innerlijk bevrijd, is meer tevreden met het
eigen lichaam en ervaart meer zelfacceptatie. Degenen die melden zich ongelukkig te
voelen, schrijven dit zelf niet toe aan een voortduren van het genderconflict, maar
vooral aan het ontbreken van een significant sociaal netwerk en/of het verbroken zijn
van een intieme relatie.^"
Regelmatig staat de genoemde positieve uitkomst ter discussie. Critici zijn
achterdochtig over de hoge mate van gerapporteerde geluksgevoelens. De resultaten
zouden in positieve richting vertekend zijn door cognitieve dissonantiereductie. De
redenering is dat postoperatief geen enkele persoon openlijk zal toegeven dat de
nieuwe situatie in het andere geslacht tegenvalt of een mislukking is, nadat men
zichzelf zoveel kosten en moeite heeft moeten getroosten. Gevoelens van dysforie
zouden worden ontkend. Hoewel deze verklaring serieus moet worden overwogen,
heb ik hiervoor noch in de literatuur, noch op grond van uitgebreid eigen onderzoek
concrete aanwijzingen gevonden.''^
Buitenstaanders lijken op voorhand twijfel te hebben over het subjectief welbevinden
van transseksuelen. Een even simpel als ingenieus experiment van Franzini et al.
geeft voeding aan deze gedachte.^^ Zij toonden drie groepen studenten afzonderlijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's