Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 119
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
WETENSCHAPSBEOEFENING EN CHRISTELIJKE GELOOFSKENNIS 107
Mens en wereld m het licht van de christelijke leer
(1) Wat ik in deze laatste paragraaf wil beweren is dat aan deze waar-
nemingen beslissende inzichten worden ontleend voor God, mens en
wereld. Het is mogelijk en waarschijnlijk dat deze kennis binnen een
universiteit die haar arbeid wil doen in gehoorzaamheid aan het evan-
gelie van Jezus Christus, op beslissende momenten tot eigen inzichten en
belichtingen leidt.
Natuurlijk moet ik hier eerst ingaan op de vraag die in de inleiding al
werd aangestipt. Hoe is dit bedoeld? Wordt hier de idee van een christe-
lijke wetenschap volgens gereformeerde beginselen weer in het zadel
gehesen? Heeft de geschiedenis van deze universiteit dan niet geleerd
dat deze ridder te zwaar was opgetuigd en bij het betreden van het strijd-
perk onder zijn eigen gewicht alras in het zand heeft gebeten? Is het niet
een teken aan de wand dat de theologische faculteit allengs aan invloed
heeft ingeboet en de andere faculteiten al heel spoedig zich autonoom
ontwikkelden? We zullen met het oog op de verschillende wetenschap-
pen, die elk in hun eigensoortigheid een plek hebben binnen de univer-
siteit, op historische gronden al moeten zeggen dat de oorspronkelijke
verwachtingen, die door Kuyper gewekt zijn met zijn programma van
gereformeerde beginselen, niet vervuld zijn.'' De menselijke kennis
ontwikkelt zich niet enkel uit beginselen, maar er zijn talloze bronnen
van kennis die tezamen het arsenaal van betrouwbare kennis vormen.
Het beginseldenken is zelf een bloem geweest op het veld van het
organicistische denken dat in de 19e eeuw zo rijk bloeide. Wat ik hier
wil verdedigen is bescheidener, maar niet minder wezenlijk. H e t
christelijk geloof is niet de leverancier van een omvattende levens- en
wereldverklaring. Zeker de reformatorische theologie heeft goede reden
om zich ertegen te verzetten in die rol geplaatst te worden. Christelijke
geloofskennis—en dus ook het resultaat van de dogmatische reflectie—is
kennis in fragmenten. Maar ook al beslaan deze fragmenten niet het
totaal, ze bieden toch wezenlijke en preciese kennis, waardoor ze
richtinggevend zijn en zelfs een sturende functie krijgen.
(2) Waarover levert de theologie dan kennis en inzicht? Kwantitatief is
het gebied ingekrompen. Immers, een bioloog grijpt niet naar de bijbel
als bron van biologische kennis en de astronoom voelt zich niet gebon-
den aan het wereldbeeld dat aan Genesis 1 ten grondslag ligt. In dit
opzicht zijn we in de tijd verder dan Kuyper en Bavinck die wat betreft
wereldbeeld wel erkenden dat de bijbelschrijvers 'secundum apparen-
tiam', volgens wat voor ogen was, schreven, maar die wat betreft histo-
rische vragen dit criterium niet aanvaardden (zie Bavinck 1906, 473). In
de geschiedenis van de kerk en de christelijke leer vindt voortdurend
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's